
Vandaag liep ik in ’t hofje naast de kerk
Waar beukenbomen naar de hemel groeien
De wilde bloemen in de paden bloeien
En korstmos grijs de tijd schrijft op hun zerk
Hun namen Pieternel en Adriaan
Door zon en regen bijna weggesleten
Zal ik zo lang ik leef niet meer vergeten
Omdat ik zo veel moois van ze heb staan
Een cabinetje van mahoniehout
Door Adriaan in achttien acht gebouwd
Bij ’t trouwen aan zijn Pieternel geschonken
Het theeservies waaruit ze jaren dronken
Haar merklap met de tekst die stichtend dicht
“Leeft licht doch houdt de blik op God gericht”