
‘Haal mijn schoenen gauw beneden’,
Riep een driftig officier.
Tot zijn knecht die vaak bekeven,
Hem toch diende met plezier.
Jan ging een, twee, drie naar boven
En daar keek hij alles aan.
Twee paar vond hij
Welk zou hij nu laten staan.
Niet bedenken, snel beraden
Was zijn plicht zo meende Jan.
En hij bracht zijn heer een rijlaars
En een der bottine ’s an.
‘Ezel’ riep nu verontwaardigd de officier
‘Is dat een paar?’
Jan sloeg aan en sloot zijn hielen
En had vlug zijn antwoord klaar.
‘Luitenant als dit paar niet goed is,
Was Uw keus toch wel wat raar.
Waarom kocht U er dan twee van?
Boven staat nog net zo ’n paar.’