
Ik slofte
door het oude huis
van Renoir
zag zijn ezel,
zijn penselen,
zijn palet,
zijn sofa (zonder naakt),
maar ook de leegte van mijn ogen.
Ik vluchtte
beschaamd naar buiten:
in de volle zon
zag ik Renoir,
zijn rijke kleuren,
zijn bomen, zijn schaduwen,
zijn blauwe lucht,
zijn mensen.