
Ik zit in een hoekje alleen,
en staar stil voor mij heen.
Ik zie dan een mooie wereld,
een wereld zonder geweld
Een wereld van reine wateren en wouden,
een wereld waar de mensen weer van elkaar houden.
Maar dan lees ik in de krant, van oorlogen.
Ik hoor hoe twee straaljagers overvlogen
Dan denk ik ’t zal wel niet zo gouw komen,
maar toch blijf ik er altijd van dromen.