
In verre povere streken,
daar stond een hutteke kleen
waarnaar de sterrekens keken
als wisten ze ’t wonder benêen.
De herders van Bethlehems weiden
die hoorden een zalig gerucht
lijk zoete melodieën
gezongen door englennevlucht.
Zoek ’t Jezuskind.
Armen! Gods beminden!
Herders laat uw kudden eenzaam staan
om Zijn huis te vinden.
Ze ware diep bewogen
en zochten de ganse nacht
waarin sneeuw en
vlinderkens vlogen