
Op een peul mijns herte
Rust uw hoofdeke van goud
’t Is of ik uw frele zieleke
Tussen bei mijn handen houd
Lijk albasten bloeme
Licht uw teer gezichteke
En uit azuren kijkers
Blikt een blauw gedichteke
Kon ik vatten, kindje
Van die dichtjes, ritmes en rijm
Mocht ik van uw broze wereld
Raden het subtiel geheim
‘k Durf u haast niet kussen
Raakt men witte bloemen aan?
Schendt men dan de sneeuwgedachtjes
Die er door uw kopke gaan?
Straks als ge zult sluimeren
Kind dat ik zo gere zie
Dan misschien zal ik u zoenen
Lijk men kust een relekwie