
Mijn lust is mijn arbeid
Mijn arbeid mijn eer,
Ik sla voor de beste,
Mijn ogen niet neer.
Ik heb pit in mijn spieren
Ben flink en gezond
En als Hollandse jongen van harte goed rond.
Ik steek in een plunje,
Dat past bij mijn vak.
Een zot is een mulder
In zwart laken pak.
En vraagt mij een fatje naar rang en naar stand,
Dan zeg ik van adel en toon hem mijn hand.