
Och! kon ik u vergeten,
mijn lief, mijn aangebeden;
Maar, ijdle wens en ijdle hoop:
Ik heb te veel geleden.
Niet dat ik in uw armen,
op uwen roden monde,
geluk, te veel voor ’t mensenhart,
gezocht heb, – en gevonden.
Maar dat ik om u geleden heb,
geweend in doodsangstbeven
al wat een hart aan tranen heeft:
dat bindt me aan u voor ’t leven.