
Liefelijke Vlist, die zich slingert
door ’t weilandenrijk als een wingerd
met wilgen, gebalde vuisten
in de smalle berm, en het fluisteren
van ’t hoge riet aan weerszijden,
en daarboven het blauw-wit gespreide
wolkenbed van de hemel
en beneden het blinkend gewemel
van lichtende golven en vissen,
witte lelies en gele lissen.
En kievit, en karekieten
de rietzangers in het riet en
in ’t boenhok het boerenmeisje,
zingen alle hetzelfde wijsje;
van de liefelijke Vlist, die zich slingert
door ’t weilandenrijk als een wingerd.