
Ik was bijna zes
en speelde onder de waranda
in de zandbak.
Onophoudelijk
roekoede een vredige duif.
Volop lente,
m’ n moeder zong rustgevend
en zette alls op z’ n plaats.
Geluk in overvloed.
Een paar uur later
werd alles onherstelbaar en
onherkenbaar kapot.
Ineens was ik jaren ouder.