
In koude tochtige
straten
vreemd
hologig
verlaten
zwerft zij rond
Op zoek naar
hoop
of dope.
Haar lijf geschonden
haar
geest verziekt.
‘De straatkrant:’
duizend maal is haar
klagen
Een mantra vol bezwering.
Een euro of wat
redt geen
gevallen engel.
Een euro of wat
maakt ook
een stad
niet heel.
En dit
en dit
is wel een klacht.