Georg Friedrich Händel



Georg Friedrich Händel (23 februari 1685 – 14 april 1759) was een barokcomponist uit Duitsland. Hij werd vooral bekend om zijn tientallen opera’s. Het oratorium Messiah is een van zijn bekendste werken. Hij was erg populair in Engeland en woonde daar ook lange tijd.

Zijn herkomst
Over de familie Händel is niet veel bekend. In 1609 vestigde Valentin Händel, een koperslager afkomstig uit Silezië, zich in de stad Halle. Zijn zoon Georg Händel (de vader van de beroemde componist) werd daar geboren in 1622. Uit Georgs eerste huwelijk met Anne Kate kwamen zes kinderen voort. In 1666 kocht hij het huis ‘Zum Gelben Hirschen’, gelegen in het hart van Halle.

Tussen 1681 en 1683 werd de stad getroffen door een pestepidemie. Georgs vrouw Anna en hun zoon Gottfried raakten besmet en overleden in 1682. Enkele maanden later, op 23 april 1683, hertrouwde Georg met de 32-jarige Dorothea Taust. Hun eerste kind werd in 1684 geboren, maar overleed kort na de geboorte. De naam van dit kind is niet bekend.

Händel
Vader Georg Händel (1622-1697), gravure van J.J. Sandrart.
Handel kind componist
Händel als kind geschilderd door Margaret Dicksee in 1893.
Händel
Moeder Dorothea Taust Händel.

Zijn jeugd
Georg Friedrich Händel werd op 23 februari 1685 geboren in de Duitse stad Halle. De volgende dag, op 24 februari, werd hij gedoopt in de Liebfrauenkirche. Zijn peetouders waren Anna Taust (de zus van zijn moeder) en Philipp Fehrsdorf en Zacharias Kleinhempel, beiden getrouwd met Händels halfzusters.

In 1687 kreeg hij een zusje, Dorethea Sophie, die in 1718 overleed. Nog een zusje, Johanna Christina, werd geboren op 10 januari 1690. Zij stierf in 1709. De familie Händel was welgesteld. Zijn vader was arts aan het hof van Friedrich III van Hohenzollern en wilde dat zijn zoon een juridische carrière zou volgen. Maar de jonge Händel had andere plannen: hij bezat een uitzonderlijk muzikaal talent en was bovendien een koppige jongen die zich niet zomaar liet tegenhouden.

Händels vader bleef echter bij zijn standpunt: muziek was prima als hobby, maar geen beroep. Daarom moest Georg naar het gymnasium. Eén kleine toegeving deed zijn vader: hij mocht wél muzieklessen nemen.

Leermeester
Die lessen kreeg hij van Friedrich Wilhelm Zachau (19 november 1663 – 14 augustus 1712), de organist van de Liebfrauenkirche. Zachau, zelf een wonderkind, was een veelzijdige muzikant. Op jonge leeftijd bespeelde hij al de viool, hobo, het orgel en het klavecimbel. Vanaf 1684 was hij dertig jaar lang organist in de kerk in Halle. Hij werd de enige en belangrijkste leermeester van Händel. Al snel zag hij dat zijn leerling een uitzonderlijk talent had. Zachau gaf hem les in de verschillende instrumenten die hijzelf speelde en leerde hem de beginselen van de harmonieleer en het contrapunt – de bouwstenen van het componeren. Händel kreeg zelfs toestemming om het kerkorgel te gebruiken om cantates te schrijven voor de kerkdiensten.

Toen Händels vader in 1697 overleed, was Georg pas elf jaar oud. Hij publiceerde een rouwgedicht ter nagedachtenis – het eerste werk van zijn hand dat gedrukt werd. Opmerkelijk is de slotregel: hij ondertekende met “Georg Friedrich Händel – Der freyen Kunste ergebener” (Toegewijd aan de vrije kunsten). Daarmee maakte hij duidelijk dat zijn keuze vaststond: hij zou musicus worden, geen jurist.

Zachau overleed al op 48-jarige leeftijd in 1712. Händel heeft na zijn dood uit dankbaarheid voor de lessen, de weduwe en haar kinderen financieel gesteund.

Ontmoeting met Telemann
In 1701 ontmoette Händel de componist Georg Philipp Telemann (24 maart 1681 – 25 juni 1767), die op weg was naar Leipzig om daar rechten te studeren. Er ontstond een warme vriendschap, die hun leven lang zou duren. Beiden hadden grote waardering voor elkaars werk, ook al zagen ze elkaar zelden.

In 1702 schreef Händel zich in aan de universiteit van Halle, officieel voor een studie rechten. Hoewel hij deze opleiding nooit afrondde, bezat hij een brede algemene ontwikkeling die hem onderscheidde van veel andere muzikanten uit zijn tijd. Hij sprak Latijn, Frans, Italiaans en Engels, en had kennis van poëzie en theologie, zaken die hem later als componist van pas zouden komen.

Op zeventienjarige leeftijd werd Händel benoemd tot organist van de Domkirche in Halle. Het was een aanstelling voor één jaar, met een salaris van 50 thaler en gratis huisvesting. Toen zijn contract na dat jaar afliep, besloot hij niet verder te gaan als kerkmusicus. In plaats daarvan trok hij naar Hamburg, waar hij een plek kreeg als violist in het orkest van het Theater am Gänsemarkt. Daar bleef hij drie jaar en raakte bevriend met de bekende operacomponist Johann Mattheson (28 september 1681 -17 april 1764).

Uit die periode stamt ook een opmerkelijke reis die Händel samen met Mattheson ondernam naar Lübeck. Het doel van de reis was een bezoek aan de beroemde Deense organist Dietrich Buxtehude (1637-1707), die werkzaam was in de Mariakirche. Händel was diep onder de indruk van diens spel en overwoog zelfs diens opvolger te worden, zodra Buxtehude met pensioen zou gaan.

Er zat echter een addertje onder het gras. In de voorwaarden voor opvolging stond een wel heel bijzondere eis: wie Buxtehude wilde opvolgen, moest trouwen met diens dochter. Helaas voor Buxtehude, en wellicht ook voor de dochter, sprak zij Händel totaal niet aan. De jonge componist bedankte vriendelijk voor de eer en liet deze veelbelovende kans aan zich voorbijgaan.

Telemann componist
Georg Philipp Telemann, schildering door Georg Lichtensteger, 1745.
Mattheson componist
Johann Mattheson, schildering door Johann-Jakob Haid, 1746.
Buxtehude
Dietrich Buxtehude.

Theater
Voor de Hamburgse opera schreef Händel zijn eerste theaterwerken: Almira en Nero, beide uit 1705. Almira werd redelijk goed ontvangen, maar Nero was geen succes. Hoewel Händel zich inmiddels klaar voelde om als beroepscomponist aan de slag te gaan, besefte hij dat hij nog ervaring miste, vooral de routine die nodig was om een gevierd operacomponist te worden.

Italië
In 1706 reisde hij naar Italië, op uitnodiging van de vorst Gian Gastone de Medici, die diep onder de indruk was van zijn talent. In Florence verbleef hij maar kort, maar lang genoeg om de opdracht te krijgen voor een opera: Roderigo (1707–1709). Ook raakte hij bevriend met Cosimo III, de jongste zoon van de Medici-familie. Deze prins was een groot liefhebber van muziek en had zelfs zijn eigen theater.

In 1707 was Händel in Rome, waar hij indruk maakte met zijn orgelspel in de kerk van San Giovanni. Zijn faam groeide snel en al spoedig streed de pauselijke elite om zijn gezelschap. Kardinalen als Ottoboni, Pamphili en Colonna nodigden hem uit in hun paleizen. In het huis van Ottoboni werd zijn oratorium Il trionfo del Tempo e del Disinganno uitgevoerd, onder leiding van niemand minder dan Arcangelo Corelli.

Niet veel later volgde La Resurrezione, een groots opgezet oratorium met een uitgebreide bezetting van zangers en instrumentalisten. Ook deze uitvoering, op paaszondag, was een groot succes bij de Romeinse adel.

Tijdens zijn verblijf in Italië ontmoette Händel een indrukwekkend aantal beroemde musici, onder wie Corelli, Domenico Scarlatti en Bernardo Pasquini. In 1708 was hij in Napels voor een uitvoering van de serenade Aci, Galatea e Polifemo, geschreven ter gelegenheid van een bruiloft van de hertog van Alvito. Het jaar daarna volgde opnieuw een triomf: in Venetië werd zijn tweede opera, Agrippina, uitgevoerd. Kardinaal Grimani, die zowel het libretto schreef als eigenaar was van het operatheater, had zich persoonlijk voor de productie ingezet.

Duitsland en Engeland
In 1710 keerde Händel terug naar Duitsland en aanvaardde hij de functie van kapelmeester aan het hof van de keurvorst van Hannover. Vergeleken met Italië vond Händel Hannover maar een provinciale plek. Hij zag de functie dan ook als een tussenstap naar een grotere toekomst.

Niet lang daarna kreeg hij toestemming om naar Londen te reizen, een stad die hij hoopte muzikaal te veroveren. Na de dood van Henry Purcell was er in Engeland een leegte ontstaan op muzikaal gebied, een kans voor Händel om te schitteren.

Op 24 februari 1711 leidde hij een zeer succesvolle uitvoering van zijn opera Rinaldo. Al snel volgden nieuwe opdrachten. Tijdens dit eerste Londense verblijf maakte hij kennis met koningin-weduwe Anne en met John Heidegger, theaterman en impresario. Met Heidegger zou hij later nauw samenwerken. Via hem werd Händel geïntroduceerd in de hogere Londense kringen, waar hij onder meer bevriend raakte met de jonge Mary Granville. Deze vriendschap zou tot Händels dood blijven bestaan.

Händel componist
Georg Friedrich Händel als jongeman, 1710.

Zijn lange afwezigheid wekte echter wrevel bij de keurvorst van Hannover, die ironisch genoeg in 1714 als George I koning van Engeland werd. Gelukkig bleef de verstandhouding tussen beiden goed. Händel was te trots om zich onderdanig op te stellen en George I begreep dat.

In het voorjaar van 1713 nam Händel zijn intrek in het huis van Richard Boyle, graaf van Burlington, aan Piccadilly. Hij zou daar tot 1717 blijven wonen en had er veel contact met dichters en schrijvers. In de zomer van 1716 bezocht hij vrienden en familie in Halle en ontmoette hij in Ansbach zijn oude vriend Johann Christoph Schmidt, die later zijn belangrijkste vertrouweling en kopiist zou worden.

Tijdens zijn vroege jaren in Londen schreef Händel een van zijn bekendste orkestwerken: Water Music. Op 17 juli 1717 werd het voor het eerst uitgevoerd, terwijl het orkest op een boot over de Theems voer, in aanwezigheid van koning George I.

In datzelfde jaar werd Händel uitgenodigd door Lord Bridge, hertog van Chandos, om te komen werken op zijn landgoed Cannons. Daar verbleef hij twee jaar en schreef onder meer de Chandos Anthems, een reeks Anglicaanse koorwerken op Engelse teksten.

Triomfen en tegenslagen
In 1717 kreeg Handels theaterloopbaan een nieuwe impuls: hij werd benoemd tot muzikaal directeur van het Haymarket Theatre. Hier begon hij in opdracht van koning George I een volledig operaseizoen, waarvoor hij componisten en zangers uit Duitsland liet overkomen.

Een nieuwe artistieke uitdaging diende zich aan met de komst van Giovanni Battista Bononcini in 1720. Ondanks rivaliteit en de grillen van de zangers, slaagde Händel erin om dertien nieuwe opera’s te schrijven, waaronder meesterwerken als Giulio Cesare en Tamerlano (beide uit 1723).

Händel verhuisde in die tijd naar Lower Brook Street 57, waar hij tot aan zijn dood zou blijven wonen. Hoewel het Haymarket Theatre tijdelijk gesloten werd, heropende het kort daarna onder zijn leiding en die van Heidegger. Hun operavoorstellingen kregen echter concurrentie van The Beggar’s Opera, een Engelse productie van John Gay met muziek van Christoph Pepusch. Deze satire op de Italiaanse opera trok volle zalen.

Händel componist
Georg Friedrich Händel

Händel liet zich niet uit het veld slaan. Hij contracteerde nieuwe zangers en librettisten uit Italië en schreef in korte tijd, na te zijn hersteld van een beroerte, een reeks nieuwe opera’s. Intussen ontstond er in Engeland een politieke onderstroom tegen alles wat “Duits” was. Sommige aristocraten keerden zich tegen Händel, ondanks dat hij sinds 1727 officieel Brits staatsburger was.

Uiteindelijk moest hij het Haymarket Theatre overdragen aan een Italiaans gezelschap. Händel week uit naar het Lincoln’s Inn Fields Theatre, waar hij nieuwe opera’s ten gehore bracht. Zijn latere opera’s Imeneo en Deidamia (1740–1741) vonden echter weinig publiek.

Messiah en de laatste jaren
In 1742 werd in Dublin de première van Händels beroemdste oratorium Messiah uitgevoerd, op uitnodiging van de onderkoning van Ierland. Een jaar later kreeg Händel opnieuw een beroerte, maar zijn werklust bleef indrukwekkend. In 1749 componeerde hij Music for the Royal Fireworks, een groots werk dat veel bijval kreeg.

Tot 1750, het jaar waarin zijn gezichtsvermogen begon te verslechteren, bleef hij actief componeren, vooral oratoria. In 1757 verschenen Engelse bewerkingen van eerdere werken en op 7 april 1759 woonde Händel nog een uitvoering bij van de Messiah, een week voor zijn overlijden.

Op 14 april 1759 stierf Georg Friedrich Handel. Hij werd op 20 april met veel eerbetoon begraven in Westminster Abbey, een laatste rustplaats, die past bij zijn levenslange toewijding aan de muziek.

Händel componist
Händel naast klavecimbel, schildering Mercier uit 1730.

Privé
Van Händel is niet bekend dat hij een liefdesrelatie had. Het lijkt erop dat hij nooit verloofd of getrouwd geweest is. Hij had een rijk sociaal leven en had goede vriendschappen met verschillende mensen, maar tot een romantische relatie is het nooit gekomen. Hij had een relatie met de muziek: dat was zijn alles. Händel was een zelfstandige, trotse man die zijn vrijheid hoog in het vaandel had. Hij werkte hard, reisde veel en wilde mogelijk niet afgeleid worden in zijn werk als componist.

Voetnoot: Handel of Händel
In Duitsland werd en wordt de familienaam geschreven als Händel of Haendel. De componist gebruikte later, in Italië, de spelling Hendel maar vanaf het moment dat hij zich in Engeland vestigde schreef hij zijn naam als Handel, dus zonder Umlaut.

Luister naar het werk van componist Händel

Geschreven door Ilse Steel

Bronnen:
Jos van Leeuwen Handel
Klassieke componisten Atrium
Muziek zonder woorden uitgever Kluwer

Händel componist
Monument van Händel in Duitsland.