Jaren 50



 

17. Nederlandse muziek in de jaren vijftig

Geschreven door Ilse Steel

(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de liedjes om ze te horen en zien)

(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II)

(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)

(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)

In de meeste huishoudens van de jaren vijftig was de radio het middelpunt. De huisvrouw stofte en poetste op de klanken van de Arbeidsvitaminen (dit programma ging in 1946 van start en bestaat nog steeds, en is het langstlopende radioprogramma ter wereld).

Pa luisterde naar de nieuwsberichten en de voetbalwedstrijden, de kinderen na school naar de kinder- en jeugdprogramma’s en met het hele gezin genoot men van de muziek. Soms mocht de radio wat harder, en kon men door de straat lopend, vanaf het begin tot het eind vaak dezelfde muziek horen. De jongere mensen verlangden naar een ander soort muziek, ze moesten nog even geduld hebben maar………..het kwam er aan !

De eerste Nederlandse artiest die veel platen verkoopt is Eddy Christiani. Andere populaire artiesten waren o.a. Bob Scholte, Max van Praag, Willy Alberti en de Skymasters. Halverwege de jaren vijftig doet ook het levenslied het goed, enkele voorbeelden zijn Johnny Jordaan, de Zangeres Zonder Naam en de Straatzangeres.

De lichte muziek van vrolijke liedjes zijn ook geliefd bij het Nederlandse publiek. Ook duo’s doen het goed zoals o.a. Helma en Selma, de Selvera’s en de Spelbrekers. In België waren vooral Bobbejaan Schoepen (o.a. “Café zonder bier“, Engelse versie) en Rocco Granata populair (o.a.”Marina“).

Enkele populaire zangers

Bob Scholte

1902-1983

Bob Scholte was een Joods-Nederlandse zanger. Scholte werd ontdekt door Jules Monasch, die hem in contact bracht met Bram Godschalk. Na zijn lagere schooltijd werd besloten dat Scholte voorzanger zou worden in een synagoge. Hij heeft om deze reden enige tijd lessen gevolgd op het Joods Seminarium, echter voorzanger is hij nooit geworden. Zijn eigenlijke artiestenloopbaan begon toen hij in 1916 van Nap de la Mar een kinderrol aangeboden in de operette De Marskramer; als klein kind heeft hij vele optredens gedaan in het Tip-Top Theater in de Jodenbreestraat.

In 1931 trad Scholte in dienst van de AVRO. Bij het orkest van Kovacs Lajos kreeg hij nationale bekendheid met de liedjes In jouw ogen staat geschreven, wat je mond niet zeggen wou“, “Oh Monah”, “Goedenacht en welterusten”, “Een huis met een tuintje” en “We gaan naar Rome”. Hij was regelmatig medewerker aan de Bonte Dinsdagavondtrein. In de Tweede Wereldoorlog overleefde Bob als enige van zijn gezin en overige familie het concentratiekamp Auschwitz. Na de oorlog hervatte Scholte zijn loopbaan met hoofdzakelijk Joodse liederen. Ook was hij medewerker aan het in die tijd zeer gewaardeerde programma van Wim Ibo ‘Waar blijft de tijd’. Een van de vele onderscheidingen die Bob Scholte kreeg uitgereikt was de Gouden Harp (1966). Na zijn overlijden werd door zijn familie de Bob Scholte-ring in het leven geroepen, een prijs om Nederlandstalige zangers en zangeressen te eren.

Max van Praag

1913-1991

Max van Praag, was een Nederlandse zanger die zijn voornaamste populariteit in de jaren 1946-1955 genoot. Hij werkte aanvankelijk bij de belastingdienst, maar na het winnen van een door de VARA georganiseerde talentenwedstrijd koos hij definitief voor het artiestenvak. Al voor de Tweede Wereldoorlog was Max van Praag enige keren op de (VARA) radio te horen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Max van Praag ondergedoken en overleefde de oorlog. Na de oorlog trok Max aanvankelijk met een eigen cabaretgezelschap door het land. Bovendien zong hij in de jaren 1947-1948 bij het orkest van Jan Vogel.

In 1949 stapt Max over naar een nieuw orkest: Accordeola, aanvankelijk onder leiding van Frans Wouters, maar al snel wordt Jan Gorissen de leider van dit ensemble. Max van Praag is vijf jaar lang (1949-1954) lid van Accordeola. In deze periode weet hij talloze liedjes populaire bij de Nederlandse radioluisteraars te maken: “Als de klok van Arnemuiden”, “Daar zijn de appeltjes van Oranje weer”.

Vanaf 1954 werkt hij samen met Willy Alberti (1926-1985) als de Straatzangers (“Op een zeemansgraf“, “Mijn Fiere Schooiershart“). De Straatzangers werden door Nico de Boer van Philips grammofoonplaten opgericht in het voorjaar van 1954, nadat Willy en Max voor de grap op het 12,5 jaars huwelijksfeest van Max van Praag wat levensliedjes hadden gezongen. De eerste twee 78 toeren opnamen op Philips P 17301 H, ‘Vergeet me niet’ en ‘Visserleed’ zijn opgenomen op 9 april 1954. Ze traden heel zelden of nooit op. De eerste geplande radiouitzending in 1955 kwam te vervallen door een aanrijding met de auto waar de zangers inzaten. Dat gebeurde voor de AVRO-studio op de Gravenlandseweg in Hilversum. Voor zover het te achterhalen is hebben ze één keer opgetreden op het radioverjaardagfeest van Max toen hij 65 werd. Dit enige radio-optreden van de Straatzangers is gelukkig bewaard gebleven! Andere radio-optredens of zaal-/theateruitvoeringen bestaan niet van dit duo! Er zijn tot 1968 wel plaatopnames gemaakt: uit 47 nummers.

In 1957 vormt hij samen met Annie de Reuver een duo: De Meeuwen. Meer dan tien jaar lang organiseerde Max het ‘Cabaret der onbekenden’ en stond daarmee aan de wieg van menige kunstzinnige loopbaan. Sinds 1958 organiseerde hij jaarlijks het Loosdrecht Jazz Concours en opende zijn eerste platenzaak in Utrecht. In 1964 komt er een einde aan zijn artistieke loopbaan. Kijk luister naar “Grootvader’s klok“, “Wanneer de havenlichtjes branden” en “Als de deur zacht open gaat“.

Eddy Chrisiani

geboren 1918

Eddy Christiani krijgt een gitaar voor zijn verjaardag en begint op eigen houtje en zonder lesmateriaal te spelen. Al snel wordt opgemerkt dat hij talent heeft. Vanaf zijn 14e is hij beroepsmusicus. Als Eddy 18 jaar oud is, treedt hij toe als gitarist tot het orkest van John de Mol Sr. In 1939 was hij de eerste Nederlandse artiest die een elektrische gitaar (Epiphone model Electar Model M) bespeelde. Wegens problemen met de Kultuurkamer, in 1943, moest hij onderduiken in België. De populariteit van Eddy Christiani nam in de periode na de oorlog reusachtige vormen aan. Hij werd een waar popidool. Om aan de vele aanbiedingen te kunnen voldoen besloot Eddy samen met Frans Poptie in 1951 zijn eigen ensemble op te richten. Het ‘Ensemble Eddy Christiani’ onder leiding van Frans Poptie. De lezers van het muziekblad Tuney Tunes verkozen Eddy Christiani in 1953 tot de populairste zanger van Nederland. Hij bleef bovenaan in de poll staan tot en met 1956. Na de opkomst van het fenomeen rock-‘n-roll stopte Christiani met het opnemen van platen en ging zich als gitarist toeleggen op begeleidings- en studiowerk. Enkele bekende hits van Eddy Christiani waren: “Op de woelige baren” (1948), “Kleine Greetje uit de Polder” (1950) en “Spring maar achterop” (1952). In 1965 ontving hij de Gouden Harp voor zijn hele werk. In 2005 werd hem de Edison Oeuvreprijs lichte muziek uitgereikt wegens zijn ‘enorme verdiensten in de Nederlandse muziekgeschiedenis’.

Johnny Hoes

(1917-2011)

Johnny Hoes is een Nederlandse zanger, producer en componist/tekstschrijver. De naam ‘Johnny Hoes’ is een begrip in de wereld van de lichte Nederlandstalige muziek. Zijn plaat “Och, was ik maar bij moeder thuis gebleven” (geschreven door Frans Boermans en Thuur Luxembourg) staat met 450.000 exemplaren te boek als de best verkochte Nederlandstalige single aller tijden. Johnny Hoes staat wel bekend als ‘de koning van de smartlap’ en is de man achter duizenden meezingers, smartlappen, carnavalskrakers en levensliederen Andere grote hits waren: “De smokkelaar” en “Wij willen frites met mayonaise”.

Hoes haalt zijn inspiratie uit de zeemansliedjes en straatliedjes van Katendrecht. Hij richtte in 1954 een eigen muziekuitgeverij, Benelux Music, op. Een platenmaatschappij behartigt de belangen van de artiest, een muziekuitgeverij doet dat voor de liedjesschrijvers. Met een eigen muziekuitgeverij kon Hoes door hem ontdekte schrijvers verder op weg helpen. Pikant detail: de bestaande muziekuitgevers in Nederland vreesden de nieuweling en besloten tot een boycot.

Zij initieerden een zwaar examen voor nieuwe muziekuitgevers. Als eerste in Nederland legde Hoes dit muziekuitgeversexamen af. Hij slaagde met lof en kon zijn Benelux Music uitgeverij beginnen. In 1963 nam Hoes afscheid van Philips en richtte een eigen muziekproductiemaatschappij op: Telstar. Johnny Hoes heeft meer dan 1.500 artiesten naar plaatopnamen geleid, was betrokken bij de productie van ruim 15.000 titels, en schreef zelf ongeveer 5.000 liedjes.

Het levenslied is een lied waarin zaken uit het dagelijkse leven worden bezongen. De tekst (altijd standaard opgebouwd uit coupletten en refreinen) gaat over de schaduwzijde van het bestaan en heeft bijna altijd een moraal. Het levenslied roept een sentimenteel of melodramatisch gevoel op. Een afgeleide is de smartlap. Met de smartlap wordt een verhaal verteld met een kop en een staart, dat verplicht slecht afloopt. Daarom wordt de smartlap wel aangeduid als zijnde ‘vals sentimenteel’.

Herinnert u zich deze nog: “Jelle zal wel zien“. Het oorspronkelijke lied is van de Beatles (Yellow submarine). De Nederlandse tekst was oorspronkelijk van Wim Kan en deze persiflage was van de hand van Johnny Hoes.

Johnny Jordaan

1924-1989

Johnny Jordaan, echte naam Jan van Musscher, vertolker van het levenslied. Jordaan zong vanaf zijn 8e jaar, samen met zijn neef Carel Verbrugge (Willy Alberti) op straat en in cafés liederen om geld voor zijn familie bij elkaar te sprokkelen. Midden jaren ’50 stond hij bekend als ‘de zingende kelner van De Kuil’, een uitgaansgelegenheid in een steegje tussen Nieuwendijk en Damrak. In 1955 won hij een wedstrijd die platenmaatschappij Bovema had uitgeschreven om de ‘Stem van de Jordaan’ te vinden en dat werd tevens zijn doorbraak. Hij bracht zijn eerste single uit, “De Parel van de Jordaan” en op de B-kant “Bij ons in de Jordaan” (een compositie van Louis Noiret), de liedjes waren te horen op de radio in een programma van de AVRO. De single verbrak alle records, en hij was opeens een nationale beroemdheid.

Hij bracht in de jaren daarna ook nog een aantal singles uit, die alle erg succesvol bleken. In 1972 won hij de Gouden Harp van de Stichting Conamus. Op 8 januari 1989 overleed Jan van Musscher. Ter nagedachtenis aan hem is een deel van de Elandsgracht Johnny Jordaanplein genoemd. Daar staat ook een standbeeld van de gevierde zanger. Kijk en luister naar “Geef mij maar Amsterdam

Enkele populaire zangeressen

Mary Bey Servaes

Zangeres Zonder Naam

1919-1998

Mary werd geboren in Leiden en was het achtste kind in een arbeidersgezin van tien kinderen en had geen gemakkelijke jeugd. Ze lag voor haar vijfde jaar al drie jaar in het ziekenhuis met loopproblemen en hield de rest van haar leven last van haar heupen. Haar bekering tot het rooms-katholicisme leidde tot een breuk met haar ouders. Amper zestien jaar oud werd ze opgenomen in een Leids revuegezelschap en reisde heel Nederland door. Na de oorlog vond ze werk als dienstbode in Maastricht en trok in bij haar broer. Mary trouwde met Jo Servaes, een Maastrichtenaar.

Haar eerste stappen op het muzikale pad zette ze met haar broer Jerry en later met het accordeonistenduo Bex-Menten. Ze veranderde haar naam in Mary en trad regelmatig op, ondanks de aanvankelijke bezwaren van haar echtgenoot. Mary Servaes werd ontdekt door Johnny Hoes wiens stem hij hoorde als onbekende achtergrondstem op een bandje. “Die zanger, daar vond ik niet veel aan, maar die onbekende stem sprak me wel aan, ik dacht eigenlijk dat het een kind was”. Nadat hem werd verteld dat de stem op de demo niet die van een kind was, maar van een 37-jarige vrouw, nodigde hij Mary uit voor een auditie, waarna ze een platencontract kreeg. Ze zong hierop haar eerste single “Kindergebed”, die niet slecht verkocht voor een eerste single. Vanwege haar moeilijk te categoriseren stemgeluid verzon Hoes voor Mary de artiestennaam de Zangeres Zonder Naam. De eerste gouden single van de Zangeres Zonder Naam verscheen in 1959: “Ach vaderlief, toe drink niet meer“. Het is de eerste uit een lange rij hits die de Zangeres Zonder Naam tot in de jaren tachtig scoorde. De Zangeres Zonder Naam wordt beschouwd als een van de belangrijkste iconen die het Nederlandse levenslied heeft opgeleverd. Kijk en luister naar “Het soldaatje“, ” ‘t Was Aan De Costa Del Sol” en “Mexico“.

Rika Jansen

Zwarte Riek

geboren 1924

Rika Jansen, ook wel Zwarte Riek genoemd was een zangeres uit de Jordaan. Ze werd geboren op 8 oktober 1924 in de Jordaan. Haar zus Marietje Jansen zong onder de naam Maria Zomara. Ze wordt als kind ernstig ziek waardoor ze haar haren verliest. Door de zwarte haren die na haar ziekte haar hoofd sieren wordt ze Zwarte Riek genoemd. Ze trouwt in de oorlog, maar gaat later samenwonen met Kees Manders, dichter en broer van Tom Manders (Dorus). Kees had een eigen revue, waar ze later gaat zingen.

Maar de echte doorbraak komt in 1955 als ze dankzij andere grote namen uit de Jordaan gelanceerd wordt in Nederland en Vlaanderen. Namen als Johnny Jordaan en Tante Leen. Ze kent even succes met nummers als “M’n wieggie was een stijfselkissie“, vooral in eigen land, met één hitje in Vlaanderen: “Sansee de platte boender”. Vanaf 1959 gaat Rika Jansen door onder haar eigen naam. Ze treedt op met een one woman show in binnen- en buitenland. In 1964 zingt ze de klassieker “Amsterdam huilt (waar het eens heeft gelachen)“, geschreven door haar partner Kees Manders. In de jaren ’70 gaan Kees en Rika uiteen.

Teddy van Zwieteren

Teddy Scholten

1926-2010

Teddy van Zwieteren, wil als kind actrice worden, geïnspireerd door haar vader die actief is als amateurtoneelspeler en toneelregisseur. Via het amateurtoneel komt ze in contact met Toon Hermans. Ze speelt een kleine rol in een van zijn shows.

Teddy ontmoet Henk Scholten, die met Albert van ‘t Zelfde het duo Scholten & Van ‘t Zelfde vormt. Teddy verlooft zich in het bevrijdingsjaar met hem. De twee trouwen in 1947. Teddy won op 11 maart 1959 het Eurovisiesongfestival in Cannes met het liedje “Een Beetje“. Ze nam het nummer vervolgens ook op in het Frans, Duits en Italiaans.

Na de winst op het songfestival was ze immens populair. In de jaren daarna nam Scholten samen met haar man Henk een aantal platen op, waaronder veel liedjes voor kinderen. Mede daardoor komt er een eind aan het duo Scholten & Van ‘t Zelfde. In de jaren 50 en 60 maakten ze tv-programma’s zoals de Snip en Snap-revue, en het muziekprogramma ‘Zaterdagavondakkoorden’. Halverwege de jaren zeventig beëindigde Scholten haar zangcarrière.

Corry Brokken

geboren 1932

Corry is het oudste kind uit een gezin dat het na de oorlog moeilijk heeft vanwege het NSB-lidmaatschap van vader Brokken. De nare gevolgen die dat voor het gezin Brokken heeft, maakt de jonge Corry alleen maar sterker. Ze zet haar zinnen op een carrière als zangeres. Na diverse los-vaste baantjes debuteert Corry in 1952 in het AVRO radioprogramma, ‘Een Lied en Een Vleugel’, met het liedje “I Apologize”. De “Autoscooter-Boogie” in 1954 is het begin van haar platencarrière. Corry Brokken treedt vervolgens op met diverse bekende dansorkesten en gezelschappen.

In 1956 vormt Corry samen met Jetty Paerl de Nederlandse afvaardiging voor het Eurovisie Songfestival. Corry zingt het liedje “Voorgoed Voorbij” maar wint niet. Een jaar later wordt Corry opnieuw namens Nederland uitgezonden naar het Eurovisie Songfestival. En ditmaal is het wel raak ! Met het door Willy van Hemert geschreven: “Net Als Toen” is Corry de eerste Nederlandse zangeres die het Eurovisie Songfestival wint.

Opeens is zij een bekende zangeres. In 1959 scoort zij een nummer 1-hit met Edith Piafs “Milord“, dat vanwege de vrijpostige tekst door conservatief Nederland als aanstootgevend wordt ervaren. Ook in Duitsland is Corry enorm populair. Daarnaast treedt Corry op met Snip & Snap in de revue van René Sleeswijk, met wie zij in 1968 in het huwelijk treedt. Ze krijgt in 1961 een eigen TV show die in 1972 stopt. Ook presenteerde ze verschillend programma’s op TV. Haar charmante persoonlijkheid maakte haar geliefd bij een groot publiek. In 1973 stopte ze met haar zangcarrière, ging studeren voor advocate, daarna een studie rechten en werd vervolgens rechter in ’s-Hertogenbosch. Corry wint tweemaal een Edison: een in 1962 en een in 1995. Kijk en luister naar “Heel de wereld” en “La Mama“.

Mieke Telkamp

geboren 1934

Zondag 14 december 1952 maakt Mieke Telkamp haar radiodebuut bij de AVRO. Telkamp heeft tussen 1953 en 1967 vele hits op haar naam geschreven. Ook heeft ze veel succes in Duitland gehad, met als grootste hit “Prego, prego gondeliere“. Mieke Telkamp was de eerste Nederlandse zangeres die na de Tweede Wereldoorlog weer in het Duits zong, wat haar in de Duitstalige landen veel waardering heeft opgeleverd. Rond 1955 verschenen in Duitsland vele platen, waarvan “Du bist mein erster Gedanke” de eerste was. Haar eerste plaatje met Duitse titel “Morgen komm’ ich wieder” werd in 1953 alleen in Nederland uitgebracht en werd een groot succes.

Ze won in 1957 de eerste prijs, de Gouden Gondel, tijdens het Festival van Venetië. Zij heeft in 1962 aan het Knokke Songfestival meegedaan en in 1964 in de Snip & Snap revue Revue gestaan. Eind jaren ’60 trok ze zich op doktersadvies terug uit de showbusiness.  Kijk en luister naar “Waarheen Waarvoor“.

Duo’s

De Selvera’s

Vanaf oudejaarsavond 1954 traden de zusters Mieke en Selma Janssen uit Weert gezamenlijk op. Selma was kort daarvoor gestopt met het duo Helma en Selma en omdat Mieke eerder als zangeres was opgetreden onder de naam Vera noemden ze zich de Selvera’s. Na plaatselijke en regionale optredens, groeide hun bekendheid. Liedjes zoals “Twee reebruine ogen” (1956) en “De Postkoets” (1959) werden regelmatig voor de radio gedraaid. Ook nadat het duo in 1963 ermee stopte haalden hun grammofoonplaten grote verkoopcijfers omdat Mieke Bos-Janssen alleen verder ging. Twee andere zangeressen namen de plaats van Mieke nog en uiteindelijk stopten de Selvera’s in 1965.

De twee Jantjes en The Swinging Nightingales

Dan waren er nog De twee Jantjes, (1955-1957), het was een Limburgs duo met Johnny Hoes en Jan Hendriks. Hun repertoire bestond uit cowboy- en jodelliedjes. De Twee Jantjes scoren hits met het liedjes: “De Zoon van de Smokkelaar” en “De Stroper”. Ook de The Swinging Nightingales deden het goed. Sonja Oosterman, Ans Heidendaal en Jetty Pearl, zingen o.a. het nummer “De kleine Diligence” van Max van Praag (1951) en “Kom d’r in, zet je hoed af”. In 1953 werd Sonja Oosterman uitgeroepen tot Nederlands beste zangeres van dat moment.

Leni und Ludwig

Het duo, Leni und Ludwig, is vooral bekend in het zuiden van ons land, in België en in Duitsland. Hun repertoire is bijzonder uitgebreid; het varieert van schlagers, Weense en Beierse volksmuziek en walsen tot polka’s en operette – melodieën. Ludwig Rutar is bekend als een zeer goede Wiener accordeonspeler. Hij vormde een duo met zijn vrouw Leni (zang, drums) als Leni & Ludwig. Ze maakten singles en albums voor de Philips, CID en Telstar labels. Hun grootste hits waren “Schön ist die Jugendzeit” en “Rosen Der liebe”, ze verkochten er meer dan ‘n miljoen platen van.

Het nummer “Schön ist die Jugendzeit” staat in 1958/59 in diverse landen nummer 1 en is inmiddels wereldwijd een evergreen. De Leni & Ludwig opnames zijn allemaal geproduceerd door de legendarische Johnny Hoes.

Huub Kok (1918) en Theo Rekkers (1924)

De Spelbrekers

De Spelbrekers, Kok en Rekkers, waren voor het eerst te horen tijdens de radio-uitzendingen. Ze maken opgewekte, vrolijke liedjes die ze vertalen vanuit het Duits, Engels en Frans. Daarnaast schreven ze ook zelf tal van songs. De Spelbrekers gaan ook over de grenzen. In ’47-’48 maken ze een lange tournee door Indonesië. Begin jaren vijftig worden ze ook populair in België waar ze dan ook regelmatig optreden. Ze mogen zelfs de wereldtentoonstelling in Brussel openen met een televisieoptreden. De twee  ontmoetten elkaar in 1943 in een Duitse munitiefabriek waar ze te werkgesteld waren.

Ze grijpen hun kans om te ontsnappen als ze in de gelegenheid worden gesteld om in Nederland kostuums uit te zoeken voor hun cabaretprogramma, ze keren niet naar Duitsland terug maar duiken onder. Kok en Rekkers zoeken elkaar na de oorlog meteen weer op en formeren samen De Spelbrekers. I n 1956 braken ze door met het liedje “Oh wat ben je mooi”.

In 1962 werden ze uitgezonden naar het Eurovisiesongfestival, met het liedje “Katinka“. Het liedje kreeg op het Songfestival geen punten maar werd een grote hit in Nederland. Het duo scoorde in de jaren vijftig en zestig talloze hits. In 1975 stoppen De Spelbrekers met het maken van platen en optreden om, met succes, hun eigen managementbureau op te zetten.

De Chico’s was een in 1947 in Amsterdam opgericht cowboy trio, bestaande uit Simon Sint, Bep en Nico Feldberg. Zij raakten bekend via de radio met het lied “Koel helder water”, een bewerking van een Amerikaanse song. Zij scoorden ook een hit met ” ‘s Avonds als het kampvuur brandt“. In de jaren vijftig vormden De Chico’s samen met Eddy Christiani de Prairiepioneers. Bekende liedjes uit die tijd waren: “Goudkoorts” en “Cigarettes and Whisky”. Het trio viel in 1960 uiteen. In de glorietijd traden De Chico’s geregeld op tijdens feestavonden met Het Cocktail Trio.

Rock & Roll

Aan het einde van de jaren vijftig begon de rock & roll in Nederland op gang te komen en dat leverde een nieuwe generatie zangers en zangeressen op. De jongere generatie kreeg eindelijk hun ‘eigen muziek’. De ouders waren er niet zo blij mee, maar voor de jeugd was het feest ! De vetkuiven met brillantine in model gebracht, de nauwe spijkerbroek, de puntschoenen, de lederen jasjes en niet te vergeten de brommer deden hun intrede. De ‘nozem’ was geboren ! De meisjes in wijde rokken met petticoat er onder, strakke truitjes, korte kousjes in lakschoenen of ballerina’s en opgetoupeerd haar verstevigd met veel haarlak deden niet onder voor de jongens. De metamorfose was compleet. Een nieuwe generatie was geboren.

Peter Koelewijn

Peter en zijn Rockets

1940

Op 29 december 1940 wordt Peter Koelewijn geboren als zoon van een Eindhovense visboer. Na de Mulo en de HBS ging hij aanvankelijk werken als journalist bij de lokale krant, maar in de tussentijd begon hij zich al toe te leggen op de muziek. In 1957 begint de 16-jarige Peter zijn eerste nummers te schrijven, toen nog in het Engels. Op de Mulo begint hij een groep, samen met gitaristen Karel Jansen en Roelof Egmond en zangeres Anneke Grönloh, die een klas lager zit. Peter Koelewijn introduceerde, samen met zijn groep, onder de naam Peter en zijn Rockets de Nederlandstalige Rock-‘n-roll met het nummer “Kom van dat dak af“, dat uitkwam in mei 1960 en een enorm succes werd in België en Nederland.

De combinatie van Amerikaanse rock & roll met een Nederlandstalige tekst is voor die tijd ongekend. Koelewijn, die na de Mulo naar de HBS is gegaan, moet van zijn ouders zijn opleiding afmaken waardoor het aantal optredens beperkt blijft. Platenmaatschappij Bovema wordt ingeruild voor Philips. De volgende singles “Laat Me Los” en “Marijke” zijn eveneens succesvol, zij het in mindere mate dan hun voorganger. Koelewijn wordt gezien als aartsvader der Nederlands(talig)e rock & roll. Tevens is hij succesvol producer en tekstschrijver voor andere artiesten.

Ruud de Wolff 1941-2000 en Riem de Wolff 1943-2017

The Blue Diamonds

The Blue Diamonds kwamen in 1949 met hun ouders naar Nederland. Zij vestigden zich in Driebergen en begonnen als trio (Three Blue Diamonds) met Dick Messchaert (drums). Ruud was op school vooral geïnteresseerd in atletiek, terwijl Riem en zijn gitaar onafscheidelijk waren. In 1957 begonnen Ruud en Riem de Wolff mee te spelen in het schoolbandje The String Extase Boys. Er werd eerst hawaiian- , skiffle- en dixielandmuziek gespeeld. De bezetting was sterk wisselend, maar in 1958 nam de groep toen ze rock-‘n-roll gingen spelen een vaste vorm aan onder de naam The Cool Cats met Chris van der Plaats op bas en Dick Messchaert op drums.

Met hun Everly Brothers-achtige sound werden de broers de Wolff bijzonder populair in de hele wereld, vooral in het Verre Oosten. “Ramona” haalde zelfs de 70e plaats op de Amerikaanse hitlijsten. In 1961 kregen Ruud en Riem een met diamanten bezette platina plaat voor de verkoop van een kwart miljoen exemplaren van “Ramona”. Na 1964 raakte hun stijl verouderd en zakte het succes langzaam weg. Wel brachten zij nog regelmatig singles uit. Kijk en luister naar “Little Ship“.

René and the Alligators

Deze Haagse Rock & Roll gitaarband werd eind 1959 werd opgericht door gitarist en zanger René Nodelijk. Aanvankelijk probeerde hij een carrière als zanger op te bouwen, maar al snel bleken zijn talenten als gitarist. Van de Alligators verschenen zestien instrumentale rock singles in de periode 1960-1964. Deze Band had een duidelijk Indische achtergrond, mede wegens oprichting van een Indische Kunstkring in het café-restaurant Den Hout te Den Haag. Hun bekendste singles zijn “Guitar Boogie” en “In The Mood” uit 1962.

Op 28 november 1959 maakten ze hun debuut tijdens een grote talentenjacht, dat georganiseerd werd in de stadsgehoorzaal in Vlaardingen. The Alligators bestonden toen 2 weken en wonnen meteen – mede door een gitaarsolo van Hans Emmerik – de 1e prijs met een prachtig arrangement van de Russische traditional “Two Guitars” (in 1962 ook op de plaat gezet). Dat begon met een klassiek stukje en ging dan over in rock-’n-roll. Ze waren een voorbeeld voor de latere Haagse beatgroepen en een van de allerbeste instrumentale gitaargroepen uit de geschiedenis van de Nederlandse pophistorie.

The Black Albino’s

Eind jaren vijftig richtte sologitarist Joop van Heusden op een bovenkamertje aan de Haagse Wenckebachstraat, samen met zanger Joop Jonkers, Paul van der Voort Maarschalk (slaggitaar) en Martin de Roo (drums) de Haagse rockband The Black Albino’s op. In de periode tot en met 1963 speelden The Black Albino’s regelmatig in de weekeinden in Den Haag, toen beatstad nummer één. The Black Albino’s hebben hun sporen verdiend door op grote festivals op te treden, zoals de Haagse Beatnacht, het Malieveld festival en het Scheveningse strandfestival. Hun sterkr samenspel gedurende anderhalf jaar werd in 1962 beloond met een platencontract.

De eerste single “Shish Kebab“, een pittige bewerking van de populaire “Harem Belly Dance”, instrumental van Ralph Marterie uit 1957. De B-kant bleek echter door de tijd hun meest gewaardeerde bijdrage aan de popgeschiedenis. Een opvallende echo-installatie en vondsten  in het arrangement van “St. Louis Blues“, zorgde voor een originele en pittige uitvoering. In 1962 verscheen  een tweede single en evenals op hun eerste single, waren zowel de A- als de B-kant uitschieters onder de gitaar rockers. Op de B-kant ‘”Host Party”, een eigen compositie van de groep. Van begin tot eind werden alle effecten door de groep gespeeld zonder enige technische ingreep in de opnamestudio. Het werd dan ook een juweeltje. Halverwege het jaar 1963 viel de band in hun originele bezetting uiteen.

Opkomst van een nieuwe generatie zangeressen

Ria Valk

geboren 1941

In september 1958 deed Ria mee aan een talentenjacht, georganiseerd door Kees Manders in zijn cabaret Het Uiltje’ aan het Thorbeckeplein. Ria won de eerste prijs van het ‘cabaret der onbekenden’ en kreeg van Manders een contract voor zijn cabaret. Ria valk debuteerde als zangeres en actrice in 1959. In mei 1959 werd ze met haar uitvoering van “Tutti Frutti” tweede achter winnaar Pim Maas bij een Elvis-imitatiewedstrijd. Ria verscheen in een zwart-oranje gestreepte lange broek, met laarzen en een cowboyhoed voor het voetlicht. Ze trad dat jaar ook voor het eerst op voor de televisie in het AVRO-programma ‘Nieuwe Oogst’.

In 1959 maakte haar eerste plaat, “Dans de Bambamboe” een nieuwe dansrage. In haar beginjaren legde ze zich toe op de rock-‘n-roll. Haar eerste single “Rocking Billy” verscheen in 1960 en scoorde een nummer 4 positie in de Nederlandse Top 40. De plaat stond maar liefst 26 weken in deze lijst van best verkochte singles. Ria scoorde hit na hit met haar Nederlandstalige Rock & Roll muziek. Later legde Ria zich voornamelijk toe op het komische genre met onder andere veel carnavalshits.

Willeke Alberti

geboren 1945

Vertolkster van het (moderne) levenslied en actrice. Willeke debuteerde op 11-jarige leeftijd in de musical “Duel om Barbara”. In 1958 maakt ze haar eerste singletje met haar vader: “Zeg Pappie Ik Wilde U Vragen”, en valt zij succesvol in voor haar zieke vader. Dat optreden markeert het begin van haar carrière. Willeke maakt haar radio- en televisiedebuut in 1959. Begin jaren zestig is zij als zangeres succesvol met liedjes als “Midi Midinette“, “Hé, niet zoenen op het zebrapad” en “Norman“, veelal vertalingen van buitenlands repertoire. In 1963 verschijnt haar eerste hit: “Spiegelbeeld“, goed voor een gouden plaat. Met haar vader Willy Alberti nam Willeke onder meer de singles “Sei rimasta sola” (1963) en “Sabato sera” (1964) op.

Van 1965 tot 1969 heeft Willeke samen met haar vader Willy een eigen TV-show. Willeke groeide uit tot een groot zangeres, een groot actrice en publiekslieveling. Willeke werd, naast een groot aantal gouden platen, talloze malen onderscheiden voor haar prestaties, waaronder tweemaal een Edison (in 1965 en 1993), de Televizierring (1971) en een Gouden Harp (1981) en een Koninklijke onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau in 2008.

Country muziek

Ben Steneker

1935

Ben Steneker is een van de pioniers van de countrymuziek in Nederland. Zijn bijnaam is de ‘Godfather of Dutch Country’. Ben Steneker start zijn muzikale loopbaan in de begeleidingsband Melody Strings van de Apeldoornse country-zangeres Lydia (Lydia Tuidenburg). Zij hebben met het nummer “Send Me The Pillow You Dream On” een grote hit. De single verblijft maar liefst negen maanden in de hitlijst en behaalt een vierde plaats. Onder de naam Jane & Ben brengt Steneker de single “Don’t Fence Me In” uit. In 1960 begint Ben Steneker aan een indrukwekkende solocarrière. Zijn eerste single “It Doesn’t Matter Anymore” verschijnt in 1960.

Met de singles “Lonely River Rhine” (1962) en “From A Jack To A King” (1963) heeft Steneker bescheiden hits. In 1973 begint hij de Country Stones, waarin hij een duo vormt met Ine Dijkstra. In 1998 ontvangt Steneker in Wenen de ‘Lifetime Achievement Award’ voor zijn levenslange toewijding aan de Amerikaanse countrymuziek.

Instrumentaal

Willy Schobben

1915-2009

Willy Schobben was een Nederlandse trompettist, componist, dirigent en arrangeur. Al op zijn zesde speelde hij trompet bij de plaatselijke harmonie. Hij werd opgeleid aan het muzieklyceum van Maastricht. In 1927 speelt hij bij het Maastrichts Stedelijk Orkest, de voorloper van het Limburgs Symfonie Orkest. Vanaf 1950 is hij dirigent en begeleidt hij een dansorkest voor de AVRO. Vlak na de tweede Wereldoorlog richt hij samen met Bep Rowold en Pi Scheffer de band Red, White and Blue Stars op, de voorloper van de bekende Skymasters. Hier bespeelt hij sinds de eerste repetitie in 1946, de eerste trompet.

Zijn grootste succes beleefde hij in 1962, toen twee van zijn platen de eerste plaats in de Nederlandse hitparades bereikten, “Mexico” en de instrumentale versie van “Brandend Zand”. Hij is liefst 15 keer onderscheiden met de Gouden Trompet.

Malando

1908-1980

Hoewel de muziek én naam van Malando de indruk wekken dat hij een authentieke Argentijn is, werd hij geboren als Arie Maasland. Als kind leerde hij harmonium, en later piano, spelen en op zijn 15e speelde hij in het orkest van zijn middelbare school in Den Haag. Toen hij begin 20 was kocht hij een accordeon en werd professioneel muzikant door in verschillende bands te gaan spelen en stomme films in bioscopen te begeleiden. In 1935 speelde hij met een band in Tabaris in Den Haag waar ook Eduardo Bianco en zijn Argentijns orkest optrad. Arie werd geraakt door Bianco’s tango’s en componeerde datzelfde jaar nog zijn eerste eigen tango “Anny”, genoemd naar zijn vrouw.

Het jaar daarop componeerde hij de tango die hem wereldberoemd zou maken. Hij noemde het “Cosmopoliet”, naar het restaurant waar de band The Jumping Jacks speelde, waar hij deel van uitmaakte. Hij schreef de tango terwijl zijn vrouw even de deur uit was voor een boodschap. Het werd al snel een groot succes voor The Jumping Jacks. Mensen adviseerden Arie om de tango uit te geven. Hij ging in Den Haag naar uitgeverij ‘Muziek Smith’, maar die wezen het af omdat ze vonden dat er al genoeg tango’s op de markt waren.

Arie bood vervolgens aan om de helft van de kosten voor zijn rekening te nemen. De uitgever ging overstag op voorwaarde dat zowel de naam van de tango als die van Arie zou veranderen in meer Spaans klinkende namen. Dus “Anny” werd: “Olé guapa” en Arie Maasland werd Malando. Hij begon zijn eigen Malando orkest, en werd waanzinnig populair, voornamelijk tussen 1944 en 1960. De vele tango’s die hij componeerde horen tot de meest vertolkte tango´s ter wereld. In de jaren ´60 en ´70 toerde het orkest met veel succes door Japan.

Accordeonmuziek was in de jaren vijftig enorm populair

The Three Jacksons

The Three Jacksons waren een legendarisch Rotterdams accordeontrio, in 1940 opgericht door Piet van Gorp, Piet Koopmans en Harry van de Velde. De drie treden op in zeemanskostuum, omdat ze accordeonmuziek bij zeelui vinden horen. Het trio is succesvol over de hele wereld, voornamelijk tussen 1950 en 1970. Onder contract bij Decca is The Three Jacksons voor het eerst succesvol in 1947 met “Aan het strand stil en verlaten”. De eerste grote buitenlandse reis maakt het gezelschap in 1947, drie maanden naar voormalig Nederlands Indië, samen met de Kilima Hawaiians. Later treden ze ook op in o.a. Scandinavië, Canada, Australië en Israël.

In Amerika staan ze in New York en Las Vegas. Miljoenen platen worden er verkocht. Ook in het CD-tijdperk is de muziek van The Three Jacksons nog steeds populair. In 1992 verschijnt de single “Valencia” en in 1993 de CD “In opera en operetteland” waarvan er ruim 500.000 verkocht worden in Nederland. Luister naar de Three Jacksons.

Indorock

In Nederland ontwikkelde zich een geheel eigen Rock and Roll-scene. Aanvankelijk werd die gedomineerd door zogenoemde Indo-Rockers. Indische Nederlanders hadden zich eind jaren veertig en begin jaren vijftig in Nederland gevestigd. Zij waren, al voordat ze naar Nederland kwamen, bekend met de nieuwste Amerikaanse muziek. Op Indische feesten en partijen werd het door bands gespeeld.

Aanvankelijk speelden de Indobands vooral in eigen kring, maar steeds vaker werden ze gevraagd op te treden bij teenagerbijeenkomsten of shows. Indorock werd in Nederland beroemd door de optredens van The Tielman Brothers maar ook The Black Dynamites, The Hot Jumpers en vele andere bands maakten het tot een trend die al spoedig navolging kreeg van niet-Indo-groepen.

The Hot Jumpers

The Hot Jumpers werden in oktober 1956 opgericht in Bandoeng. De drie gebroeders Dolf, Arie en Anton van Caspel maakten hier samen met Ernst Wolff en Jim Paul deel van uit. Dolf van Caspel was drummer en gitarist in deze voorloper van de beroemde Haagse Indo band. In 1958 werd in Den Haag de band opnieuw opgericht. De eerste optredens vonden begin 1959 plaats en hun repertoire was een mix van rock & roll en country songs. Op 28 november 1959 kwam hun grote doorbraak in de Haagse Dierentuin.

De 1ste Teenager Show werd hier door Paul Acket in samenwerking met zijn muziekblad ‘Muziek Expres’ georganiseerd. The Hot Jumpers o.l.v. Oscar Rexhäuser duiken nog regelmatig in wisselende samenstellingen op. In 2006 heeft Oscar Rexhauser zijn basgitaar voorgoed aan de wilgen gehangen, zodat The Hot Jumpers als band daarmee ook van het toneel zijn verdwenen.

The Black Dynamites

The Black Dynamites  werden in het midden van de jaren ’50 opgericht als the Bell Boys, later veranderde ze de naam in the Black Dynamites. De muziek is ruig, ongepolijst als een ruwe diamant. In Spanje en Afrika bekend geworden onder de naam Los Indonesios en tegenwoordig behorend tot de grondleggers van de Nederlandse popmuziek. Ze oefende in een kelderbox van een van de ouders van de bandleden. Al spoedig kwamen de eerste optredens voor onder andere de Vereniging Indische Nederlanders, dansschool Vermeulen etcetera.

In 1959 wonnen ze de 1e prijs op een talentenjacht welke werd gehouden in de Haagsche Dierentuin en georganiseerd werd door Paul Acket. Met het winnen van deze 1e prijs wonnen the Black Dynamites tevens een platencontract.

Direct werd een eerste single opgenomen met het instrumentale up-tempo “Ready To Rock” aan de ene kant, en op de andere kant het gevoelige “Gone, Gone Away”. Beide nummers waren eigen composities. Hun ruige rock & roll muziek en spectaculaire show zorgde voor wilde taferelen onder het publiek. Zanger Nico Fioole zweepte het publiek op met zijn stem en acrobatische toeren. Gitaren werden bespeeld in de nek of achter de rug om, drummer Henny Heutink drumde staand en liep tijdens de drumsolo doodleuk een rondje om zijn drumstel heen. Gitaren werden de met de voeten bespeeld of hoog de lucht in gegooid en weer opgevangen om vervolgens alsof het niets was weer gewoon verder te spelen met de rug op de grond liggend en de gitaren als ware het echte geweren gevaarlijk wijzend in de lucht. In december van het jaar 1959 traden the Black Dynamites op in België. Hier waren ze eveneens succesvol en wonnen de talentenjacht. Heden ten dage treden the Black Dynamites nog steeds op.

The Rocking Diamonds

Deze Rotterdamse formatie werd omstreeks 1958 opgericht ten huize van de familie Van de Weghe. Peter Theunissen (bas) en Jan Herwaarden (drums) en Freek Franken, een zeer talentvolle zanger/gitarist. Begin 1960 maakte de groep een single met twee bekende covers voor het Fontana label. De single werd uitgebracht als Fred Franken & The Rocking Diamonds. “Wild One” was een uitstekende cover van de million seller van Bobby Rydell en “A Voice In The Wilderness” was een cover van een hit van Cliff Richard & The Shadows uit 1959.

Freek Franken en Peter Theunissen gingen in de zomer van 1960 als beroeps bij Oety & his Real Rockers in Duitsland spelen en daarna volgde de overstap naar The Javalins, waarin Freek Franken zich tot de absolute top van de Indorock zou ontwikkelen. De laatste bezetting van The Rocking Diamonds met o.a. Reggy Meeng, Wim Dubois en Lodi Bliek ging in 1963 grotendeels samen verder met Shorty Miller als The Raylettes.

The Hap Cats

De familie Boekholt vertrok vanuit Bandoeng in het begin van de jaren vijftig naar Nederland. Vader Boekholt was een echte muziekliefhebber. Omstreeks 1955 begon een zeer jonge Robbie Boekholt samen met zijn broer Vic en volle neef Jack van Beek in huiselijke kring te musiceren. Robbie had van zijn vader een gitaar gekregen en die had hem ook gemotiveerd om te gaan spelen. Samen met Henk Greven op drums en Bert Silooy op contrabas gingen ze optreden als The Hap Cats in Den Bosch. Het repertoire bestond uit veel instrumentale nummers (eigen werk), Django Reinhardt, Charlie Christian en overige gitaarmuziek.

Vocaal bracht de band nummers van Elvis Presley, Fats Domino, Buddy Holly, Gene Vincent en blues en country op de planken. Ze traden onder andere op tijdens grote Indische feesten in de Brabanthallen en hun populariteit was enorm groot in Midden-Brabant. De bekende danszaal de Cosmopoliet in Den Bosch werd de ‘thuishaven’ van The Hap Cats. In september 1959 kreeg de band een aanbieding om aan de Hawaiianshow van Guus  ‘Broer’ Arends, alias Mike Anoi, tijdens het Octoberfest in München mee te werken. Een kleurenreportage hiervan is later in het blad Romance verschenen. The Hap Cats verdwenen in 1963 voorgoed van het toneel. In 1994 speelde Rob Boekholt met wat muzikale vrienden nog eenmaal onder de naam The Hap Cats tijdens een Back To The Sixties Show in de Brabanthallen in Den Bosch. Heel indrukwekkend was de uitvoering van het nummer “The Hungry Eye”.

The Tielman Brothers

Vader Herman Tielman was een begaafd allround musicus en hij was het die Reggy, Ponthon, Andy, Loulou en Jane een rijke muzikale bagage meegaf. Hun eerste optredens vonden plaats in Hotel De Schuur aan de Catharinastraat in Breda en schouwburgzaal Concordia. Ze traden aanvankelijk nog op als The Timor Rhythm Brothers maar al spoedig noemden ze zich The Four Tielman Brothers. Ze werden snel bekend in Breda en begonnen ook in andere plaatsen in Brabant op te treden. Omstreeks eind 1957 begin 1958 traden ze ook voor het eerst op in de Koepelzaal van de Haagsche Dierentuin.

De rock & roll van deze Indo jongens was hartverwarmend, maar de TV recensenten en muziekkenners dachten er toen anders over. Er volgde een golf van kritiek in de kranten. Op de wereldtentoonstelling Expo 1958 in Brussel brachten een ze een spectaculaire rock & roll show, die nog nooit in Europa vertoond was. Andy bespeelde gitaar met zijn tanden. De gitaren werden achter in de nek bespeeld, er werd met drumstokken op de snaren geslagen, en er werden acrobatische toeren met de contrabas uitgehaald. De Belgische René ‘Nappie’ Vlasselaar werd hun manager en regelde een plaatopname voor hun label Fernap. De Tielman Brothers waren razend populair in Nederland en Duitsland. De grote waardering voor het pionierswerk van Andy Tielman en de Tielman Brothers en hun bijdragen aan de Nederlandse popmuziek kwam in de jaren tachtig op gang. In 2008 werd het vijftigjarige bestaan van de Nederlandse popmuziek op grote schaal gevierd. Kijk en luister naar “Little Bird” en “Bring It Home To Me“.

Aangezien het ondoenlijk is om ze allemaal te vernoemen heb ik een selectie gemaakt van de artiesten die in de jaren vijftig populair waren. Het Nederlandstalige lied voerde in de jaren vijftig duidelijk de boventoon. En….. in tegenstelling wat er vaak gezegd wordt over de jaren vijftig op muziekgebied, er was variatie genoeg en het aanbod was groot ! Het was genieten en de jeugd mocht eind jaren vijftig alvast ruiken aan wat er aan nieuwe muzikale stromingen op hen afkwam ! Ook ik, Ilse Steel, heb veel meegekregen van de muziek uit de jaren vijftig. Mijn moeder had overdag altijd de radio aanstaan en als kleine dreumes genoot ik daar al van. Buiten Nederlandse zangers en zangeressen luisterden mijn moeder ook veel naar Duitse en Franse artiesten. Eind jaren vijftig, ik was toen 10 jaar, luisterde ik met mijn oor tegen de radio naar de Franse chansons en wat daarna kwam was helemaal geweldig, yes, let’s rocking !!!!!!

Ga naar het vervolg van dit hoofdstuk (Nederlandse muziek in de jaren 50)

Terug naar het overzicht van de Jaren 50

Bronnen:

25 jaar Popmuziek Lekturama

Hitdossier 1958-1990

Hitdossier top 40

Muziekencyclopedie

POP-encyclopedie OOR

Nationaal Popinstituut

Liedjes uit de ouwe doos

Eigen knipselarchief

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten