
Er zat in d’etalage van een dierenhandelaar
heel moederziel alleen een jonge hond.
En buiten stond een meisje, dat keek er droevig naar
Toen vroeg ze met een lieve stem aan pa die naast haar stond:
[Refrein:]
Ach pappie, koop voor mij dat hondje
met die leuke lieve snuit.
Hij kijkt toch zo verdrietig door die winkelruit.
’t Is of hij vraagt: “wie haalt mij eruit”.
Papa ‘k zal hem goed verzorgen,
’s morgens sta ik vroeger op.
Z’n oortjes hangen nu nog slap en droevig langs zijn kop,
maar na twee porties hondenbrood, dan staan ze weer rechtop.
Ach pappie, koop voor mij dat hondje
‘k vind hem liever dan mijn pop.
Net toen haar papa “ja” zei, greep een hand het hondje beet
Het was verkocht aan een of andere klant.
En toen verscheen een traantje, dat langs haar wang heengleed
En ’s nachts toen vroeg haar lieve stem, maar nu in dromenland:
[Refrein]