
Als de bloemen dromen,
In de stille tuin,
Als de vogels domm’len,
Hoog in bomenkruin,
Daalt er over ’t water,
Als op vleugels zacht,
Vol van teer gedachten,
Stille vredenacht,
Stille vredenacht.
Bloemen, half geloken,
In hun zoete rust,
Worden door het windje,
Zacht en stil gekust.
En bij ’t morgenkrieken,
Als zij opengaan,
Blinkt in ieder hartje,
Teer een vreugedetraan,
Teer een vreugedetraan.