
Dag olifant, je kent ons toch?
Wij zijn het, Em en Lien.
Moes zei dat jij een kindje had,
Dat komen wij eens zien.
Hè olifant! Wat is je kind
Al dik en rond en groot!
En kan ’t misschien al eten ook?
Wat krijgt het. rijst of brood?
Dag olifant, wij moeten weg,
Maar gauw zie jij ons weer,
Dan krijgt die kleine olifant
Van ons een lekk’re peer.