
De eerste dag was de dag waarop hij zei: ‘Geef terug,
Geef terug alle dieren en de zee,
Er is geen vrede onder alle mensen.’
De Heer van het heelal, hij hoorde het geklaag
En toch zij knielden niet, toen kwam de andere dag.
De tweede dag was de dag waarop hij zei: ‘Geef terug,
Geef terug alle bloemen van het veld,
Er is geen liefde onder alle mensen.
De Heer van het heelal, hij hoorde het geklaag
En toch zij knielden niet, toen kwam de andere dag.
De derde dag was de dag waarop hij zei: ‘Geef terug
Geef terug de sterren en de maan,
Er is nog afgunst onder alle mensen.
De Heer van het heelal, hij hoorde het geklaag
En toch zij knielden niet, toen kwam de andere dag.
De vierde dag was de dag waarop hij zei: ‘Geef terug,
Geef terug de vrienden van mijn volk,
Er is nog haat onder alle mensen.
De Heer van het heelal, hij hoorde het geklaag
En toch zij knielden niet, toen kwam de andere dag.
De vijfde dag was de dag waarop hij zei: ‘Geef terug,
Geef terug de warmte van de zon,
Er wordt gemoord onder alle mensen.
De Heer van het heelal, hij hoorde het geklaag
En toch zij knielden niet, toen kwam de andere dag.
De zesde dag was de dag waarop hij zei: ‘Ach mens,
Verdwijn van de aarde en verbrand,
Er is verderf onder alle mensen.
En toen de laatste dag,
Zijn werk was woest en ledig.
Hij ziet zijn werk en….huilt!