Home / Liedjes / Een brief van een keukenmeid

Een brief van een keukenmeid



Mevrouw, ik heb je liever laten zitten
Omdat je niks van me verdragen kan.
Den heelen dag dat drijverige vitten,
Daar werd ik veels te tegenstrijdig van.
Als ik het van te-vore had gewete
Was ik niet in zoo’n slavedienst gegaan.
Ik heb geen trak om kliejes te eten,
Die ‘n Maandag in de kelder staan.

En dan dat adder van een jongejuffer,
Wat heeft dat nest me toch maar getemteerd.
Dat was maar stommeling en boere-suffer,
Dat heeft ze zeker van d’r moe geleerd.
Hoe krijgt zo’n netekop geen ongelukkie
Mevrouw, dan was je dat dierage kwijt.
Ik heb genog van jullie kouwe drukkie,
Ik ben ‘n mensch, al ben ik maar een meid.

Dan had je nog dat eeuwig trappe sjouwe,
Van de kwitansies stond de bel niet stil,
En dat je m’n percente-geld bleef houwe,
Is voor ‘n meid een veels te groot verschil.
Van laatst die mensche, die zijn weze ete,
Heb ik me fooitej ook al nie gehad;
Die mensche moste maar werachtig wete,
Dat me meheer d’r voor te rooke zat.

Me moeder die zal om me kassie kome,
Ik heb ‘t espres nie op slot gedaan.
Kijk jij maar vrij, ik heb niks meê genome,
Ik ben wel slecht, maar alles laat ik staan.
Nou mag je zelf de bakker ope-make
En redder nou je boel maar als je kan;
‘t Is lekker Vrijdag, daarom ga ik staken,
Doe nou je trap maar met je manniman.

Ik mot niet voor getuigen bij je weze,
Daar heb je niks an, van zoo’n snert-mevrouw.
Als jij me brief maar goed hebt uitgeleze,
Val dan voor mijn part maar ‘n beetje flauw.
En nou mevrouw, mot ik je nog wat zegge
Kijk gauw ‘s in die groote mellekkan.
Daar vin-je dertien rooje cente leggen,
Koop daar ‘n flessie wonderolie van.

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten