
‘k Heb twee rozen meegebracht,
Misschien had jij er tien verwacht,
Dan had je ’n kamer vol rozen,
Maar dan vergeet je mij te vlug,
Je denkt niet meer aan mij terug,
Daar in je kamer vol rozen.
Maar vindt je ’t niet veel beter
Om te doen wat ik steeds zei:
Draag toch één roos in je haren,
Geef die and’re maar aan mij.
‘k Hoop dat je mij nu verstaat
En ons levenspad steeds samengaat
Al is het maar bezaaid met twee rozen,
Want die rozen toch: dat zijn wij.