
Er bloeien in mijn tuintje
veel bloempjes groot en klein
Zij hebben fraaie kleedjes
en geuren, o zoo fijn
en geuren, o zoo fijn.
En ’t meest van al die bloemen
bevalt het roosje mij
Door kleuren gloed en geuren
en blaadjes zacht als zij,
en blaadjes zacht als zij.
Mijn roosjen is van alle
mij ver het meeste waard
Het blijft dus t’ allen tijde
het sieraad van mijn gaard,
het sieraad van mijn gaard.