
Er ging eens een jager uit jagen
die zag er naar zijn behagen aangegaan
een mooi meisje naar zijn zinnen
en hij sprak zielsvriendinne
waar gaat gij toch heen, gij zijt zo alleen
Ach jager ik zoek enigheden
en ik ga mij een weinig vertreden in ’t bos
Om vreugde te rapen, ga ik mij vermaken
al is het wat koud, ik blijf in het woud
Ach liefste lief geprezen
Gij alleen gij kunt mij genezen
Liefste zoet, geheel uw zoet wezen
dat kan mij genezen
Gij staat in mijn zin, gij zielsvriendin
Ach jager hoe kunt gij zo spreken
zijde gij door liefde ontsteken, zo gaat heen
in veld en bos jagen. Dat zal u behagen
vertrek maar van hier, met al uw getier
In veld en bos kan ik niet jagen
Gij alleen gij kunt mij behagen, liefste zoet
Ik zweer u te trouwen, van mijn vrouwken te houwen
te beminnen altijd, tot de dood ons eens scheid
Ach jager zweert gij mij te trouwen
en van uw vrouwken te houwen voor altijd
Dan laat ons gaan jagen, op herten en hazen
God schenkt ons geluk, bevrijd ons van druk