Home / Liedjes / Fabel van een ziek kind en ‘n bordje pap

Fabel van een ziek kind en ‘n bordje pap



Een ziek, verschrompeld droevig ventje
Vroeg aan z’n moeder om wat pap.
Z’n moeder gaf ‘m gauw een bordje,
Het ventje nam ‘n groote hap.
‘t Was alles wat ze hem kon geven,
Er was niet meer, de pan was leeg.
Toen vroeg d’r schatje van ‘n jongen
Waarom hij toch zoo weinig kreeg.

Maar toen hij er ‘s van ging proeven
Schoof hij haar weer z’n bordje toe,
Hij wilde er niet meer van eten
En zei: ,,Er is geen zout in, moe!’
En zeurig vroeg hij aan z’n moeder
Waarom ze dat vergeten had,
Toen zei het moedertje al schreiend:
,,Ik heb geen zout meer, lieve schat ‘

,,Toe proef ‘s kind, ‘t is zoo lekker,
Smul nou ‘s heerlijk van je gort!’
En zachtjes vielen hare tranen
Al schreiende in ‘t kinderbord.
En toen ‘t ventje ‘n hapje
Weer aan z’n mond had gezet,
Toen zei die dat ‘t door haar tranen
Al beter smaakte dan daarnet.

,,Toe geef me nog wat van uw traantjes,
Dan smaakt ‘t me toch net zoo goed,
Dan zal ik alles op gaan eten,
Als u er maar heel veel in doet.’
,,M’n zoete schat, m’n lieve engel,’
Zo zei ze voor de tweede keer
,, Je moet je papje zoo maar eten,
Och God ik heb geen tranen meer!’

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten