
Jub’lend rond Heem’len troon,
Zingen Engelen wonder schoon
Zij verkondigen Gods macht
Die ons herder is dag en nacht
Refrein:
Wij die zijn, menschen klein
Knielen voor Uw aanschijn neder
Telkens weer, smeekend Heer,
Om bescherming goed en teeder
Gij, die voor gevaren
Ons slechts kan bewaren
Breng toch Heer vragen wij;
Ons de vreede weer
Gij, die tot ons menschen zei,
Hebt ge droevenis, komt tot mij
Bidden U, dat Gij ons spaart
Toont toch medelij met deez’aard.
Giacomo Girolamo Casanova (Venetië, 2 april 1725 – Dux (Bohemen), 4 juni 1798) was een beroemd 18e-eeuwse avonturier uit Venetië, wiens naam synoniem werd voor vrouwenversierder en die zijn blijvende reputatie vooral dankt aan zijn zeer uitgebreide memoires die, met de nodige academische omzichtigheid, als een 18e-eeuws tijdsdocument kunnen worden gezien. Als actief occultist was hij ook betrokken bij genootschappen zoals de Rozenkruisers en de vrijmetselarij.?