
Geld bezorgt je niets dan last,
want je houdt het toch niet vast.
Pas heb je ’t gekregen,
of ’t is alweer weg.
Zorgen die zijn ook een last,
die in onzen tijd niet past,
brengen niemand zegen, staan je in de weg.
Daarom zijn wij fideel, al hebben wij niet veel,
we zijn voor pret en jool,
’t is ons parool
[Refrein:]
Geen geld en toch geen zorgen.
Want wat komt het er op aan?
Vandaag is nog niet morgen.
Morgen zal het ook wel gaan.
Er zijn nog zoveel lieve meisjes.
Er is nog zoveel zonneschijn.
Geen geld en toch geen zorgen.
Dan pas is het leven fijn.
Als je stevig speculeert
en het gaat opeens verkeerd,
zit je in de ellende
en je weet geen raad.
Als je nooit iets heb gehad
is je zak wel net zo plat
Maar wat eenmaal wende
maakt je niet meer kwaad.
En ach zo’n bankbiljet
geeft ook niet enkel pret.
Mens erger je niet paars,
lapt ’t aan je laars.