
Herders brengt melk en zoetigheid,
de lieve Jezus ligt en schreit.
Het weent van koude in de wind,
en vader Jozef hij zorgt voor het kind.
De lucht vol schone engelen vliegt,
Maria ’t kleine kindje wiegt.
Maar Jozef werkt de hele nacht,
en wast de kleertjes in de gracht.
Nu maakt hij vuur, dan haalt hij hout,
want met de winter is het koud.
Maar Jozef die is heel verblijd,
omdat het kindje niet meer schreit.