
Wij strijden voor het Staatspensioen,
Met kracht en energie!
Want als er een zaak heilig is,
Dan is het zeker die!
Wij kunnen ’t langer niet gedoogen,
Dat de oude werkman lijdt,
Dat hij in kommer en ellende,
Zijn laatste dagen slijt,
Komt, strijden wij en rusten niet,
Voordat aan allen recht geschiedt!
Zij hebben ’t Staatspensioen verdiend,
Het komt hun rechtens toe,
Zij gaven kracht en levensvreugd,
En zijn nu oud en moe!
Men mag het oude paar niet scheiden,
Dat God tezaam verbond,
De laatste vreugd hun niet ontnemen,
In s’levens avondstond,
Komt strijden wij en rusten niet,
Voordat aan allen recht geschiedt!
Een eigen thuis, een eigen haard,
Dat vragen zij alleen,
Al is de bete broods ook droog,
Het hart is dan tevreên,
Zij zullen niet zoo lang genieten,
Hun welverdiende rust,
Bij velen wordt de levensvlamme,
Helaas, te vroeg gebluscht!
Komt, strijden wij en rusten niet,
Voordat aan allen het recht geschiedt.