
Ze waren tezamen
Gelukkig getrouwd
En hadden de hemel op aarde.
Hun huisje was knus
En gezellig gebouwd
Maar iets had bijzondere waarde.
Refrein:
Een wiegje, zo mooi, in een sierlijke tooi
Door speelgoed en liefde omgeven
Dat wiegje zo fijn, zo gezellig en klein,
Was tot heden toe, steeds leeg gebleven
Het wiegje stond klaar,
Vol met strikjes en kant
Het wachtte nog steeds op bekroning
Het was voor hun beiden
’t Dierbaarste pand
Het mooiste geschenk in hun woning
Refrein
Zo gingen de jaren
Steeds wachtend voorbij
Vervuld werden nimmer hun dromen
Verkleurd zijn de strikjes
Vergaan is de zij
’t Kindje is nimmer gekomen
Refrein