
Daar lei een scheepjen al leize,
Hollo, hallé!
Daar lei een scheepjen al leize
En zeilree voor de reize
Te dobberen aan de ree.
Het scheepje rees, het scheepje viel,
Het watertje kauwerde
Onder de kiel;
Hallo, hallé, hallo, hallé!
Het liedje van de zee. Hallé!
Daar zat een schipper inne
Hallo, hallé!
Daar zat een schipper inne,
Die was zo blij van zinne,
En neuriede lustig mee.
Het windje blies het zeiltje vol
En spande het klappend
Blond zeiltje bol;
Hallo, hallé, hallo, hallé!
Bij ’t liedje van de zee. Hallé!
Maar schip en schipper zijn jaren
Hallo, hallé!
Maar schip en schipper zijn jaren
Begraven in de baren
En rusten er saam in vree.
En zingt de zee in stille nacht,
Dan klinkt van de rede
Zo treurig zacht:
Hallo, hallé, hallo, hallé!
Het liedje van de zee,
Het liedje van de zee. Hallé!