
Klein, klein muisje,
met je grijze buisje,
waar is kindjes koekje, zeg?
Ja, jij sleepte ’t stellig weg!
Foei, klein muisje!.
Klein, klein muisje,
’t Ligt vast in je huisje,
daar heb jij het heen gebracht
toen het kindje sliep vannacht.
Stout, klein muisje!