
Hoe schoon klinkt ons zingen
in ’t schaduwrijk woud?
Daar hebben de vogelen, hun nestje gebouwd.
Daar zingen zij lustig, door ’t zonlicht bestraald
hun zangen die de echo als de onze herhaald,
hun zangen die de echo als de onze herhaald.
[Refrein:]
Hallo, hallo, hallo, hallo
Hallo, hallo, hallo, hallo
Hallo, hallo, hallo
Hallo, hallo, hallo
Hallo, hallo, hallo.
Daar ruisen en fluisteren de dennen in ’t rond
met iepen en eiken in vredig verbond.
Alleen die de stad en haar muren ontvlucht
aamt vrijheid en leven versterkende lucht,
aamt vrijheid en leven versterkende lucht.
[Refrein]