
[Refrein:]
Op de hoek van de straat
staat een NSB’er
Het is geen man,
het is geen vrouw,
het is een farizeeër.
Met een krant
in de hand
staat hij daar te venten.
Hij verkoopt zijn vaderland
voor vijf losse centen.
Zonder schaamgevoel
op zijn valsgezicht
Op te ruien is het doel
van die rustverstoorders.
Gluiperig kijkt hij rond
of hij kopers vond.
Op te ruien is het doel
van die rustverstoorders.
[Refrein]