
Een man … een Man, een woord … een Woord!
O fiksche leus van vroeger dagen:
Nog klopt het hart met sneller slagen.
Wanneer mijn oor u klinken hoort:
Een man … een Man, een woord … een Woord!
Dat was een zegel zonder breuk!
Een handschrift, nooit nog valsch bevonden,
Een vaste borgtocht, nooit geschonden.
Een perkament in goeden reuk,
Dat nooit een barst had of een kreuk!
In Oost en West, in Zuid en Noord,
Werd Holland om die leus geprezen …
Och ‘k bid je, laat het nog zoo wezen:
’t Zij steeds, als men van Neêrland hoort:
Een man … een Man, een woord … een Woord!