
De ochtend van de tiende mei
de zon scheen aan de kim
toen kwam er van de oostenzij
de wrede vijand in.
[Refrein:]
Ik denk aan hen, aan hen die zijn gevallen
daar denk ik aan met diepe medelij
Ik denk aan hen, aan al die honderdtallen
die rusten daar en liggen zij aan zij
Maar allen stonden reeds paraat
en vochten hand in hand
En menig moedige soldaat
stierf voor zijn vaderland.
[Refrein]
De koningin moest vluchten gaan
de moeder van ons land
Verraden door haar eigen volk
mijn dierbaar Nederland.
[Refrein]
O Nederland, O Nederland
al ben je wel wat klein
een ware Nederlander kan
toch nooit een Duitser zijn.
[Refrein]
Ik denk aan hen, aan hen die zijn gevallen