
In een hutje op de hei daar leeft een groot gezin,
wanneer je het ziet dan denk je, hoe kunnen die erin?
’t Zijn vader, moeder en kleine Piet en Jet,
ook Jansje, Neeltje, Hendrik en nicht Elisabeth.
Nu zou ik het haast vergeten ’t is wat moois voor haar,
de opoe zonder tanden en de grote oude vaar.
In het hutje op de heide daar leeft men vrij en blij,
daar komen geen auto’s en ook geen trams voorbij.
Vaak zingen vader, moeder en kleine Piet en Jet,
ook Jansje, Neeltje, Hendrik en nicht Elisabeth
des avonds het hoogste deuntje bij de harmonica.
En grote vaar en opoe, die knikken dan van ja.
In het hutje op de heide daar is men nimmer ziek.
Alleen de oude opoe heeft last van reumatiek.
Dan drinken vader, moeder en kleine Piet en Jet,
ook Jansje, Neeltje, Hendrik en nicht Elisabeth,
des avonds als ze hoesten, vlier- en kamillethee.
En grote vaar en opoe, die drinken dan voor twee.