
Vroeger was jij altijd zo lief voor mij,
Zo lief voor mij, zo lief voor mij.
Vroeger was je altijd zo dicht aan mijn zij,
Nu is dat alles voorbij.
Want toen kwam de tijd,
Van ruzie en spijt,
De tijd die een ander je riep.
Je bent weggegaan,
Met nauwelijks een traan,
De kloof tussen ons was te diep.
En toch leeft die liefde nog steeds in mij,
Nog steeds in mij, nog steeds in mij.
Ik schik me naar jou als het moet,
Mijn liefste kom maak het weer goed,
Weer goed, weer goed,
Mijn liefste, kom maak het weer goed.