
Kijk dat ventje daar eens roken,
oh wat heeft hij een plezier.
Hij blaast grote wolken rook uit
en dat hindert hem geen zier.
Uit de asbak in de kamer,
pakte hij vlug een peuk sigaar.
De ondeugd heeft het meegenomen
en hij rookt zowaar.
Oh wat rookt hij, oh wat smookt hij,
onophoudelijke gaat hij voort.
Nu en dan tikt hij de as af,
hij weet ook al hoe het hoort.
Eindelijk is hij klaar met roken,
het laatste eindje gooit hij weg.
Zoetjes gaat jij nu naar binnen,
zou zijn pa het merken zeg.
Maar ondeugd denk jij dan,
dat jij sigaren roken kan.