
Mooi Marietje wist het al zoo lang:
hij wordt het of geeneen.
Mooi Marietje zag hem ied’ren dag,
maar hij leek wel van steen.
Mooi Marietje werd er bleekjes van,
dat hij zoo iets niet begrijpen kan.
Mooi Marietje kreeg het voor elkaar,
hij sprak tot haar:
[Refrein:]
Kijk mij eens aan, Marie, zonder te blozen.
Ik heb een voorstel, dat niet veel kost,
ik schrijf je ouders aan,
dat wij gauw trouwen gaan
Wij brengen saam
het briefje naar de post.
Mooi Marietje kreeg nu toch haar zin.
al had zij lang gewacht.
Mooi Marietje had haar bruidegom
wie had dat ooit gedacht.
Mooi Marietje bleef nog nog altijd bang,
want het duurde haar nog veel te lang.
Mooi Marietje vond dat wachten naar,
hij troostte haar:
[Refrein]