Home / Liedjes / Koosje Koosje

Koosje Koosje

Met dank aan Karel van de Pol voor het insturen van de tekst

Koosje,Koosje, zo is mijn naam
ik heb het in mijn broek gedaan.
Ik ben de helft ervan verloren,
en de helft zit vastgevroren.

Als ik sterf, dan ben ik dood.
Dan lig ik in mijn kistje bloot.
Dan komen de engeltjes bij me zingen,
dan zal ik uit mijn kistje springen.
Als ik spring dan spring ik snel.
Naar de hemel of naar de hel.
O die olie van de druiven,
laat de droefheid maar verschuiven,
laat de droefheid maar vergaan.
Zet de fles maar aan je lippen,
dan kan het zo naar binnen wippen.
O, dat voel ik aan mijn hartje.
Juffrouw, geef me toch een kwartje!

Ik heb gezongen en niks gehad.
Snij dan een stuk van het verreken z’n gat.
Snij maar diep, snij maar diep.
Snij maar in oewe vinger niet!

(Voor de niet-Tilburgse lezers eerst even iets over dat Koosje-Koosje. Dat was een bedel-liedje waarmee in de kerstvakantie, op 28 december, het feest van Onnozele Kinderen, kinderen langs de huizen trokken. Sommigen nog met een rommelpot – een conservenblik waarover een gedroogde varkensblaas gespannen was, met een houtje daar van tevoren met een elastiekje erom ingestoken. Dat werd op en neer gewreven met je vingers en gaf dan een brommend geluid.
Dat rondtrekken om iets te krijgen was iets dat vooral voor arme kinderen bedoeld was, maar ook anderen vonden het dikwijls leuk om te doen.
Als het mocht van je ouders tenminste, want die vonden het wel eens te onbehoorlijk of wilden niet graag zelf een beetje minvermogend lijken.)

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten