De rommelpot



De rommelpot

(klik op de figuren om ze te vergroten)

 

Rommelpot1.jpg (157224 bytes)

 

Het verschilt van de streek hoe het instrument genoemd werd en ook verschilt het per streek wanneer je er als kind mee langs de deur liep om een zakcentje te krijgen. De rommelpot werd in vooral in het oosten van het land foekepot genoemd en het zuiden Doedelpot en in andere streken van Nederland en Vlaanderen werd hij koenckelpot, brompot, wrijftrom, goebe, kettemoere, prospot of trekpot genoemd.

Wat velen niet beseffen is dat de rommelpot eigelijk al een heel oud instrument was om muziek mee te maken. Aan het eind van de Middeleeuwen zijn er al afbeeldingen van te zien op schilderijen, onder andere van Pieter Breughel. Ook kwam de rommelpot al voor in versjes uit die tijd. Maar ook in andere delen van Europa en andere werelddelen was het instrument bekend.

 

Oorspronkelijk gingen bedelmuzikanten ermee langs de deur, waarbij ze zelf hun versjes begeleidden. Of ze speelden samen met andere muzikanten.

Dat was altijd in de tijd rond kerstmis, oudejaar of bij het feest van driekoningen. Later werd de rommelpot ook wel door de kinderen bespeeld bij sintmaarten of vastenavond.

Een rommelpot maakte je als kind zelf. Dat vergde wel enige voorbereiding. Het belangrijkste deel was een varkensblaas!! Het kon zijn dat een gezin een varken geslacht had en dan bewaarde je de blaas of je ging naar de slager om de blaas van een varken te vragen. Die varkensblaas moest een aantal weken drogen. Als de varkensblaas er een beetje perkamentachtig begon uit te zien was hij droog genoeg. Verder moest je zorgen voor een dunne bamboestok. Die sneed je af op een lengte van 20 à 30 centimeter, waarbij aan beide kanten de verdikking van de bamboestok het uiteinde vormde. Eén uiteind duwde je in het midden van de varkensblaas, zodat er aan de andere kant een uitstulping ontstond en met een dun (vlieger)touw bond je dan de bamboestok aan die kant vast aan de varkensblaas. Nu had je nog (liefst een groot) verfblik of conservenblik nodig waar in elk geval een rand aan moest zitten (de muzikanten uit de Middeleeuwen gebruikten hiervoor een kleine pot van aardewerk, maar die had je natuurlijk niet). Nu werd de blaas met bamboeriet over het blik gespannen en met een touw vastgemaakt. Het bamboerieten stokje moest precies in het midden zitten. En de blaas moest zo gespannen worden dat het stokje rechtop bleef staan. Nu was de rommelpot klaar.

 

 

Om er het karakteristiek brommend mee te maken spuugde je eens flink in je hand. Je klemde je hand om het bamboeriet en bewoog je hand heen en weer in een pompende beweging. Vooral de neerwaartse beweging was belangrijk. Omdat het riet als het ware door je hand glibberde kwam het in een zekere trilling en deze trilling werd versterkt door het membraan van de varkensblaas. Daardoor ontstond het karakteristieke, wat brommende geluid.

Nu kon je op de avond die daarvoor in de streek gebruikelijk was langs de deur gaan.

Je belde aan en als de deur geopend werd zei je een rijmpje op. Daar zijn ook vele varianten van die verschilden per streek.

 

Rommelpot4.jpg (85475 bytes)

 

Zomaar een aantal voorbeelden:

 

‘k Hebzo lang met de rommelpot gelopen

‘k Heb geen cent om een broodje te kopen

Laat het spel maar binnenkomen

Schippertje trek je zeiltje ‘s op

Gooi wat in m’n rommelpot

Rommelpotterij, rommetpotterij

Geef me ‘n centje en dan ga ‘k voorbij

 

of

 

En nu is ons Janneke dood

En nu zitten we zonder brood

En nu kom ik op deze avond eens even aan je deurtje staan

Ik hoor de pannetjes snerken

Ik ben niet te lui om te werken

Ouwejaar uit

Nieuwejaar in

‘t Beursje staat open

En gooi er wat in

 

of

 

Rommelpotterij, rommelpotterij

Geef me een centje en ik ga voorbij

Geef me een appel of een peer

En je ziet me het jaar niet weer

 

of

 

Geeft wat om de rommelpot
‘t Is zo goed voor hutsepot

Van de liere, van de lare
Van de liere lierom la
Vrouwtje geeft op God’s gena

Geef wat spek en geef wat worst
Geef wat bier al voor de dorst

Geef ons ene rib of twee
Geef ons dat voor moeder mee

‘t Varken heeft een lange staart
‘t Is ook wel het eten waard

Karbonaden op den dis
Dan is ‘t thuis ook kerremis

Vrouwtje geef zo veel gij kunt
Hemelsvreugd wordt u gegund

 

of

 

Rommelpotterij, rommelpotterij

Geef me ene cent dan ga ik voorbij

Ik heb geen geld om kleren te kopen

Daarom moet ik met de rommelpotte lopen

Rommelpotterij, rommelpotterij

Geef me ene cent dan ga ik voorbij

 

of

 

Ik heb zo lang met de foekepot gelopen

‘k Heb geen geld, om brood te kopen

Foekepotterij, foekepotterij

Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij

Hier woont een rijke man

Die zoveel geven kan

Veel zal hij geven

Lang zal hij leven

Zalig zal hij sterven

De hemel zal hij erven

Vastenavond is ‘t vanavond

Klink op de busse

Alle mooie meisjes hebben een man

Behalve ik en mijn zusse

Hier een stoel en daar een stoel

Op ied’re stoel een kussen

Meisje hou je kinnebak toe

Of ‘k sla ‘r een pannenkoek tussen

Foekepotterij, foekepotterij

Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij

‘k Heb zo lang met den foekepot gelopen

‘k Heb geen geld om brood te kopen

Foekepotterij, foekepotterij,

Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij

 

of

 

‘k Heb zolang met de rommelpot gelopen

‘k Heb geen geld om brood te kopen

Rommelpotterij, rommelpotterij

Geef mij een oortje, dan ga ik voorbij

    Dan ga ik naar de heren

    En laat mijn potje smeren

    Dan ga ik naar de Fransen

    En laat mijn potje dansen

    Dan ga ik naar de smid

    Wat is mijn potje wit

Moeder, speld mijn doek wat net

    t’ Avond komt mijn vrijer

    Komt hij niet, ik haal hem niet

    Dan slaapt hij in mijn armen niet

    Dan haal ik Jacob Jansen

    Die speelt al op de rommelpot

    En ik zal daar bij dansen

 

of

(Brabant met dank aan Riet Rademakers))

 

Vrouwke tis vastenaovond,

We komen nie thuis vur taovond.

Taovond in de maonenschijn,

As vader en moeder nor bed toe zijn

Dan hebben we een heel klein hondje,

Dat moet er vanaovond aon.

Wé laoten het hondje dansen,

Dan lopen we naar de Fransen.

Doetelpotterij, doetelpotterij,

Gif me unnen cent dan gok vurbij.

 

of

(Brabant -met dank aan Riet Rademakers)

 

Vrouwke tis vastenaovond,

We komen nie thuis vur taovond,

Taovond in de manenschijn,

Als vader en moeder naar bed toe zijn.

Boven in de schouwen,

Hangen de verrekus mee touwen.

Boven in de schoorsteen,

Hangen de verrekus mee lange been.

Snij maar diep, snij maar diep,

Snij maar in munne vinger niet.

Hier unne stoel en daor unne stoel

Op iedere stoel un kussen,

Meske houdt oew kinnebak toe,

Of ik slao er nog inne tussen.

Tussen oew neus en tussen oe kin,

Kan nog wel unne pannekoek in.

Ik heb zolang al rond gelopen,

Ginne cent um brood te kopen.

Rommelpotterij, rommelpotterij,

Gef me unne cent dan gok vurbij.

 

(Gronings)

Jante vaste avond
We kommen nie thuis vor tt avond
‘t Avond in de maneschijn
Als vadder en moeder nar bed toe zijn
Simpe sampe sompe
De boere lopen op klompen
Gekke griet gekke griet
Vertel het niet vertel het niet
Jan is dronken
We heben veul gezongen en nog niks gehad
Snij maar van ‘t verkensgat
Snij maar diep
Snij maar diep, snij maar in je duimpje niet
Koekebakkerij koekebakkerij
Gif me eune cent dan ga ‘k voorbij
Of un appel of un peer dan zie je me ‘t hele jaar niet meer !

 

 

Rommelpot3.jpg (60579 bytes)

 

Ook nu wordt het instrument nog bespeeld bij uitvoeringen van folk en oude muziek. Er zijn ook rommelpot orkesten die in het land optreden.

 

Terug naar nostalgie

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten