De rommelpot



Het verschilt van de streek hoe het instrument genoemd werd en ook verschilt het per streek wanneer je er als kind mee langs de deur liep om een zakcentje te krijgen. De rommelpot werd in vooral in het oosten van het land foekepot genoemd en het zuiden doedelpot en in andere streken van Nederland en Vlaanderen werd hij koenckelpot, brompot, wrijftrom, goebe, kettemoere, prospot of trekpot genoemd.

Wat velen niet weten is dat de rommelpot eigenlijk al een heel oud instrument was om muziek mee te maken. Aan het eind van de Middeleeuwen zijn er al afbeeldingen van te zien op schilderijen, onder andere van Pieter Breughel en Frans Hals. Ook kwam de rommelpot al voor in versjes uit die tijd. Maar ook in andere delen van Europa en andere werelddelen was het instrument bekend.

Oorspronkelijk gingen bedelmuzikanten ermee langs de deur, waarbij ze zelf hun versjes begeleidden. Of ze speelden samen met andere muzikanten. Dat was altijd in de tijd rond kerstmis en oudejaar (het feest van de onnozele kinderen), of bij het feest van driekoningen. Later werd de rommelpot ook wel door de kinderen bespeeld bij Sint Maarten of vastenavond.

Rommelpotspeler geschilderd door Frans Hals.

Een rommelpot maakte je als kind zelf. Dat vergde wel enige voorbereiding. Het belangrijkste deel was een varkensblaas!! Het kon zijn dat een gezin een varken geslacht had en dan bewaarde je de blaas of je ging naar de slager om de blaas van een varken te vragen. Die varkensblaas moest een aantal weken drogen. Als de varkensblaas er een beetje perkamentachtig begon uit te zien was hij droog genoeg. Verder moest je zorgen voor een dunne bamboestok. Die sneed je af op een lengte van 20 à 30 centimeter, waarbij aan beide kanten de verdikking van de bamboestok het uiteinde vormde. Eén uiteind duwde je in het midden van de varkensblaas, zodat er aan de andere kant een uitstulping ontstond en met een dun (vlieger)touw bond je dan de bamboestok aan die kant vast aan de varkensblaas. Nu had je nog (liefst een groot) verfblik of conservenblik nodig waar in elk geval een rand aan moest zitten (de muzikanten uit de Middeleeuwen gebruikten hiervoor een kleine pot van aardewerk, maar die had je natuurlijk niet). Nu werd de blaas met bamboeriet over het blik gespannen en met een touw vastgemaakt. Het bamboerieten stokje moest precies in het midden zitten. En de blaas moest zo gespannen worden dat het stokje rechtop bleef staan. Nu was de rommelpot klaar.

Om er het karakteristiek brommend mee te maken spuugde je eens flink in je hand. Je klemde je hand om het bamboeriet en bewoog je hand heen en weer in een pompende beweging. Vooral de neerwaartse beweging was belangrijk. Omdat het riet als het ware door je hand glibberde kwam het in een zekere trilling en deze trilling werd versterkt door het membraan van de varkensblaas. Daardoor ontstond het karakteristieke, wat brommende geluid.

Liedjes

Nu kon je op de avond die daarvoor in de streek gebruikelijk was langs de deur gaan. Je belde aan en als de deur geopend werd zei je een rijmpje op. Daar zijn ook vele varianten van die verschilden per streek.

Zomaar een aantal voorbeelden:

Ook nu wordt het instrument nog bespeeld bij uitvoeringen van folk en oude muziek. Er zijn ook rommelpot orkesten die in het land optreden.

Terug naar nostalgie

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten