
En de zondag dat is ne rustendag. (bis)
Ik wou dat ’t altijd zondag rustdag was.
Dan zou ik vrolijk wezen, dan zou ik vrolijk zijn.
En de maandag dat is ne bommeldag. (bis)
Ik wou dat ’t altijd maandag bommeldag, zondag rustdag was
Dan zou ik vrolijk wezen, dan zou ik vrolijk zijn.
En de dinsdag dat is ne scharreldag.(bis)
Ik sou dat ’t altijd dinsdag scharreldag, maandag….
Dan zou ik …
En de woensdag dat is ne werkendag.
enz.
En den donderdag dat is ne liefkensdag.
enz.
En de vrijdag dat is ne mageren dag.
enz.
En de zaterdag dat is ne centendag.
enz.