
Mijn vader’s klomp is mijn scheepje,
het slootje is de zee.
De wind blaast over de baren:
nu moet mijn scheepje varen…
och kon ik ook maar mee!
Als ik erin kon zitten,
en zelf de stuurman was:
‘k zou flink het roer hanteren
en zeilen en laveren
en drijven op de plas!