
‘k Had al jarenlang een buurman, een verstokte vrijgezel
Die niets weten wou van trouwen, want dat leek ‘m echt een hel.
Maar eens zaten wij tesamen in z’n kamer voor de ramen
Toen de ware juist voorbij kwam, en toen zei hij bliksemsnel
Refrein:
Nou nou nou, nee, moet je nou toch eens kijken
Wie zou er nou niet bezwijken
Voor zo’n schatje
Oh, wat een schatje
Als ik daar eens mee trouwen kon, ja, dan zou ik ’t heus wel weten
‘k Had geen tijd meer om te eten
‘k Zou haar kussen, kussen, kussen, ‘k zou haar kussen van heb ik jou
Inderdaad is hij gaan trouwen met die zelfde leuke meid
’t Werd een hele dolle bruiloft, vol pret en vrolijkheid
Toen het paar op het stadhuis kwam en de ambtenaar ’t woord nam
Hield hij niet een redevoering, maar hij zong vol hoflijkheid
Refrein (2 x)