
Op de zolder in een hoekje
Lag een aardig muizennest.
Daarin lagen zeven kleintjes,
En die hadden ’t o zo best,
En die hadden ’t o zo best.
Eens terwijl de Moeder weg was,
Om te zorgen voor wat brood,
Piepte de oudste ik blijf niet langer,
Ik ben nu al veels te groot,
Ik ben nu al veels te groot,
,,Ach’ zo riepen de andere kleintjes,
,,Ga toch niet bij ons vandaan,
Vraag het liever eerst aan Moeder,
Zij laat u misschien wel gaan,
Zij laat u misschien wel gaan.’
Maar de oudste wipte het nest uit,
Stoorde zich aan de andere niet
En toen Moedertje weer thuis kwam,
Ach wat had zij een verdriet,
Ach wat had zij een verdriet.
Dadelijk ging zij aan het zoeken,
Eindelijk ja, daar vond ze wat,
In de kelder lag het muisje,
Doodgebeten door de kat,
Doodgebeten door de kat.