
Op een grote paddestoel
Rood met witte stippen
Zat Kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
‘Krak’ zei toen de paddestoel
Met een diepe zucht
En twee beentjes gingen omhoog
Hoepla in de lucht
Maar kabouter Spillebeen
Ging weer aan het wippen
Op een andere paddestoel
Rood met witte stippen
Daar kwam vader Langbaard aan
En die riep heel luidt:
“Moet dat hoedje ook kapot
Spillebeen schei uit.”
(met dank aan Mia van Zoggel voor het sturen van het tweede couplet)