
Een duppie is een biesie,
een kwartje is een heitje,
een gulden is een piek en
een rijksdaalder een knaak.
Een tientje is een joetje,
vijfentwintig piek een geeltje
maar hoe heet nou een lap van honderd gulden! (‘Meier’) Raak!
[Refrein:]
Poen, poen, poen, poen.
De een zegt geld, de ander money,
maar wij zeggen: poen
Poen, poen, poen,
’t Zal je gedacht zijn wat je allemaal met poen kan doen.
Je hoort vaak zeggen dat geluk niet te koop is,
maar geld doet wond’ren vooral als het een hoop is.
Ja, ja
Poen, poen, poen, poen,
poen, poen, poen, poen.
Een jongen is een gooser,
een meisje is een grietje,
ze doft zich lekker op
wanneer ze aan de scharrel gaat:
een kleurtje op d’r waffel,
wat poeier op d’r snufferd,
d’r gooser zegt verliefd: ‘Nu ben je net een Paapie Kraat!’
[Refrein]