
Sinterklaasje rombombom rij voor [Hans] een grote trom,
Op zo’n mooie ronde trom, trommelt hij dan van rombombom.
Sinterklaasje rikketikketik rij voor [Miek] een krentemik,
’n Lekkere krentemik, dan is zij zo in haar schik.
Sinterklaasje op het dak, haal wat lekkers uit uw zak,
Gooi het naar beneden, dan ben ik tevreden.