
Slaap mijn kind langs de wegen waait de wind
En vond daar twee beden en zegen.
De eerste is lam,
De tweede is blind,
De derde kan horen noch spreken.
Slaap mijn kind over zeeën waait de wind
En zie daar die zeilschepen dwalen.
Het eerste schip gaat noord,
Het tweede schip gaat zuid,
Het derde keert nooit naar de haven.
Slaap mijn kind voor de hemel waait de wind
En ziet daar die grote sterren blinken.
De eerste ster heet zon,
De tweede ster heet maan,
De derde schijnt als kerstbal te blinken.
Slaap mijn kind door de struiken waait de wind
En zie daar twee blozende bomen.
De eerste heeft een kroon,
De tweede is groot,
De derde grootste liefste is de schoonste.
Slaap mijn kind overal waait de wind
En roep die almachtige namen.
De eerste naam is God,
De tweede is Gods zoon,
De derde naam is Christ, hij helpt ons allen.