
Mijn goeie ouwe tante Jans
Is stapel op muziek en dans,
Als zij de vaten wast,
Of in de badkuip plast,
Dan zingt ze met sonoor geluid,
Maar ’t felst leeft tante Jans zich uit
Speelt z’op haar mirliton
Bij een accordeon.
Refrein:
Speelt tante op haar mirliton,
Dan schijnt bij ons in huis de zon,
En gaat het meubilair op zij
Dan is de balzaal vrij.
Dan danst Louis de polka met z’n nicht Marie,
Het wordt een feest als nimmer is geweest.
Speelt tante op haar mirliton,
Dan schijnt bij ons in huis de zon,
Dan zingen wij met met frisse moed:
‘Allé, zo gaat ie goed!’
Haar man roept dikwijls energiek:
‘Jouw mirliton, die maakt me ziek.
Blijf jij zo blazen schat,
Kies ik het hazenpad!’
Maar Jans dient Kobus van repliek
Zegt: ‘Zeur niet, ik speel magnifiek!’
Beweert daarna vol vuur:
‘Mijn toeter brengt cultuur!’
Refrein
Haar simpel toeter-instrument
Bespeelt ze met een waar talent,
Ze vormt daaruit een toon
Als van een saxafoon.
Ze zegt: ‘Hoe ik het ook beschouw,
Ik hoor in het concertgebouw.
Want daar komt eerst terecht
Mijn kunnen tot zijn recht.’
Refrein