
Twee handjes op de tafel,
Twee handjes in de zij,
Twee handjes op de schouders
Op het hoofdje allebei.
Nu maken we een vuistje,
Zo stevig als het maar kan
En daar gaan dan mee trommelen,
Van rommel de bommel de bom.
Mijn duimpjes zijn de dikste,
Mijn pinkjes zijn maar klein,
Nu moeten alle handjes vlug op het rugje zijn.
Mijn handjes zijn verdwenen,
Ik heb geen handjes meer.
Zie zo, daar zijn mijn handjes allebei nu weer.