
Winter goede reis
met uw sneeuw en ijs
Pak nu alles maar
spoedig bij elkaar.
Meent ge dat ik wil.
Het is nog maar april.
Het is mij nog te vroeg
ik heb tijd genoeg.
Winter strooide weer,
dikke vlokken neer.
Hagel dik en rond
smeet hij op de grond.
Maar de lenteklokjes
lachten om die vlokjes.
Mocht hij blijven al
het gaf hem niemendal.
Hij moest op de sjok
met zijn witte rok.